ECLI:NL:RBZWB:2025:8715

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
02-811099-10
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in ontnemingsvordering na vrijspraak betrokkene

In deze ontnemingszaak is het Openbaar Ministerie (OM) niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Dit volgt omdat betrokkene door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch bij arrest van 6 juni 2023 is vrijgesproken van de hem ten laste gelegde strafbare feiten.

De ontnemingsprocedure werd aanvankelijk gestart na een onherroepelijk vonnis uit 2011, maar is meerdere malen aangehouden en hervat, met zittingen in 2012, 2022 en 2025. Tijdens de laatste zitting op 25 november 2025 waren betrokkene en zijn raadsman afwezig, terwijl de officier van justitie haar standpunt kenbaar maakte.

De rechtbank oordeelt dat zonder een veroordeling de grondslag voor de ontnemingsvordering ontbreekt, waardoor het OM niet-ontvankelijk is in haar vordering. De rechtbank verklaart het OM dan ook niet-ontvankelijk. Mr. J.B. Polak kon het vonnis niet medeondertekenen.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering wegens vrijspraak van betrokkene.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Strafrecht
Zittingsplaats: Breda
Parketnummer: 02-811099-10
vonnis van de rechtbank van 9 december 2025
in de ontnemingszaak tegen
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats], op [geboortedag] 1981,
wonende te [woonplaats],
raadsman mr. H. Raza, advocaat te Rotterdam.

1.De procedure

Op 20 september 2011 is er onder bovengenoemd parketnummer vonnis gewezen in de strafzaak. Dat vonnis is onherroepelijk. De ontnemingszaak is behandeld ter zitting van 20 december 2012 en vervolgens voor onbepaalde tijd aangehouden.
De ontnemingszaak is vervolgens hervat op de zitting van 20 december 2022, waarna bij tussenvonnis van 3 januari 2023 het onderzoek ter zitting is heropend en vervolgens voor onbepaalde tijd aangehouden. De ontnemingszaak is vervolgens hervat op de zitting van 25 november 2025. Betrokkene en zijn raadsman zijn niet ter zitting verschenen. De officier van justitie mr. I.M.H. Masselink heeft haar standpunt kenbaar gemaakt.

2.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd om het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. Betrokkene is bij arrest van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch van 6 juni 2023 vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

3.Het oordeel van de rechtbank

Nu betrokkene door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vrijgesproken is van de hem ten laste gelegde feiten, is de grond voor de ontnemingsvordering weggevallen. Met de officier van justitie is de rechtbank dan ook van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk is in haar vordering tot ontneming.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Dit vonnis is gewezen door mr. K. Verschueren, voorzitter, mr. J.C.A.M. Los en mr. J.B. Polak, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.R. Tafazzul en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2025.
Mr. J.B. Polak is niet in de gelegenheid om dit vonnis mede te ondertekenen.