Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil in conventie en reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
- De eerste helft van de Nederlandse schoolvakanties.
- Een weekend per veertien dagen (in de oneven weekenden), waarbij er maximaal een weekend in [woonplaats 1] omgang zal plaatsvinden en een weekend in de omgeving van de woonplaats van de vrouw. Daarbij zal aan de hand van de treinverbindingen worden besproken of de omgang van vrijdag tot en met zondag of van zaterdag tot en met zondag zal plaatsvinden.
“signalen richting een mogelijk loyaliteitsconflict, omdat [minderjarige] tussen zijn ouders zit.”.Een raadsonderzoek ten behoeve van de bodemprocedure, zoals door de Raad aangeboden, acht de voorzieningenrechter dan ook geboden.
“zorgelijk”gedrag zou vertonen, heeft beoogd aan te voeren dat de overeengekomen zorgregeling niet (langer) geschikt is voor [minderjarige], vergt dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter nader onderzoek (door de Raad) waarvoor in de onderhavige kort geding procedure geen plaats is. Daarbij is niet uitgesloten dat het gedrag van [minderjarige] mede zal zijn ingegeven door de positie waarin hij zich bevindt, namelijk tussen twee ruziënde ouders.
“met grote regelmaat”niet is uitgevoerd. Dit laatste blijkt ook uit de door hem overgelegde productie 5, waaruit lijkt te volgen dat vanaf september 2023 er vaak slechts eenmaal per maand contact was tussen de man en [minderjarige]. Verder volgt uit de stellingen van de man dat de regeling in 2025 in meerdere perioden helemaal niet is nagekomen en vanaf omstreeks 18 oktober j.l. volledig is gestopt. Daarnaast is de voorzieningenrechter uit de niet nader onderbouwde stellingen van partijen onvoldoende duidelijk geworden of en hoe vaak de reguliere omgang tussen de man en [minderjarige], derhalve tijdens het weekend en niet in de vakanties, heeft plaatsgevonden in [woonplaats 1]; volgens de vrouw is dit nimmer gebeurd, de man heeft zich hierover niet eenduidig uitgelaten.
voorlopigezorgregeling vaststellen. De voorzieningenrechter zal daarbij tevens de tijdstippen van het contact bepalen, nu partijen ook hierover ruziën.
5.De beslissing
voorlopiggerechtigd zijn tot het hebben van contact met elkaar gedurende een weekend per veertien dagen (in de oneven weekenden) in de omgeving van de woonplaats van de vrouw, waarbij de omgang begint op vrijdag 15.00 uur en eindigt op zondag 17.00 uur, en voorts de eerste helft van de Nederlandse schoolvakanties;
24 februari 2026dient te worden ingebracht in bovengenoemde bodemprocedure;