In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, is er sprake van een burengeschil tussen twee partijen die naast elkaar wonen en een woning met schuur huren van Casade. De eiser, vertegenwoordigd door mr. J. Wagenmakers, heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde, die in persoon procedeert. De eiser vordert onder andere de verplaatsing van de dakgoot en waterafvoerpijp van de gedaagde, alsook schadevergoeding voor herstel van zijn scheidingsmuur, die volgens hem is beschadigd door wateroverlast veroorzaakt door de gedaagde. De procedure omvatte een tussenvonnis en een mondelinge behandeling, waarbij de kantonrechter de feiten en stellingen van beide partijen heeft gehoord.
De eiser stelt dat de gedaagde in oktober 2023 de originele dakgoot heeft vervangen, wat heeft geleid tot wateroverlast op zijn perceel. Dit heeft geleid tot schimmel- en verrottingsproblemen aan de scheidingsmuur, wat gezondheidsproblemen voor de eiser en zijn moeder met zich meebrengt. De gedaagde betwist echter dat de wateroverlast door zijn dakgoot is veroorzaakt en wijst op andere mogelijke oorzaken, zoals een lekkage in de goot van de eiser zelf.
De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vordering van de eiser tot verplaatsing van de dakgoot gedeeltelijk wordt toegewezen, omdat de gedaagde heeft aangeboden om de dakgoot zelf te verplaatsen. De vordering tot schadevergoeding voor herstelkosten is echter afgewezen, omdat de eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de schade aan de muur is veroorzaakt door de gedaagde. Ook de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten is afgewezen, omdat de eiser niet voldoende heeft aangetoond dat deze kosten zijn gemaakt. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.