ECLI:NL:RBZWB:2025:8718

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
11600629 CV EXPL 25-1293 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • mr. Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Burengeschil over wateroverlast en schadevergoeding met gedeeltelijke toewijzing van de vordering

In deze civiele zaak, behandeld door de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, is er sprake van een burengeschil tussen twee partijen die naast elkaar wonen en een woning met schuur huren van Casade. De eiser, vertegenwoordigd door mr. J. Wagenmakers, heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde, die in persoon procedeert. De eiser vordert onder andere de verplaatsing van de dakgoot en waterafvoerpijp van de gedaagde, alsook schadevergoeding voor herstel van zijn scheidingsmuur, die volgens hem is beschadigd door wateroverlast veroorzaakt door de gedaagde. De procedure omvatte een tussenvonnis en een mondelinge behandeling, waarbij de kantonrechter de feiten en stellingen van beide partijen heeft gehoord.

De eiser stelt dat de gedaagde in oktober 2023 de originele dakgoot heeft vervangen, wat heeft geleid tot wateroverlast op zijn perceel. Dit heeft geleid tot schimmel- en verrottingsproblemen aan de scheidingsmuur, wat gezondheidsproblemen voor de eiser en zijn moeder met zich meebrengt. De gedaagde betwist echter dat de wateroverlast door zijn dakgoot is veroorzaakt en wijst op andere mogelijke oorzaken, zoals een lekkage in de goot van de eiser zelf.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de vordering van de eiser tot verplaatsing van de dakgoot gedeeltelijk wordt toegewezen, omdat de gedaagde heeft aangeboden om de dakgoot zelf te verplaatsen. De vordering tot schadevergoeding voor herstelkosten is echter afgewezen, omdat de eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd dat de schade aan de muur is veroorzaakt door de gedaagde. Ook de vordering tot betaling van buitengerechtelijke kosten is afgewezen, omdat de eiser niet voldoende heeft aangetoond dat deze kosten zijn gemaakt. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11600629 \ CV EXPL 25-1293
Vonnis van 3 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. J. Wagenmakers,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 14 mei 2025
- de brief van 29 augustus 2025 met producties 9 tot en met 15 van [eiser]
- de mondelinge behandeling van 12 september 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- het e-mailbericht van 16 september 2025 dat partijen geen schikking hebben bereikt van [eiser] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Tussen partijen staan de volgende feiten in rechte vast:
a. Partijen zijn naaste buren van elkaar en huren de woning met schuur van Casade.
b. [eiser] heeft met toestemming van Casade een scheidingsmuur geplaatst op het perceel dat bij de woning hoort.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] :
- tot verplaatsing van de dakgoot en de waterafvoerpijp die zich op diens schuur bevinden door een professioneel bedrijf op een zodanige wijze dat er geen water op het perceel cq muur van [eiser] kan stromen,
- tot betaling van € 3.932,50 aan [eiser] ten behoeve van het noodzakelijke herstel van de muur van [eiser] ,
- tot betaling van buitengerechtelijke kosten,
- in de proceskosten.
3.2.
Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser] het volgende. [gedaagde] heeft in oktober 2023 de originele dakgoot op zijn schuur vervangen in verband met de aanbouw van een prieel. Hierdoor zijn er problemen met de afwatering op het perceel van [eiser] ontstaan. Overtollig regenwater stroomt op de scheidingsmuur aan de zijde van het perceel van [eiser] waardoor schimmel en verrotting is ontstaan. Hierdoor ondervinden [eiser] en zijn moeder gezondheidsproblemen, zoals veelvuldig hoesten. [gedaagde] heeft na verzoek van [eiser] de dakgoot vervangen, maar de afvoerpijp aan de zijde van de muur van [eiser] geplaatst. De afvoerpijp moet de grond ingaan of in een regenton uitkomen. Ook hangt de dakgoot te laag en moet deze dichterbij de dakgoot van [eiser] geplaatst worden. De huidige afstand is te groot zodat het regenwater nu niet opgevangen wordt en er nog steeds water op de muur terecht komt waardoor het schimmelprobleem in stand blijft. [eiser] is van mening dat [gedaagde] de schade aan zijn scheidingsmuur dient te herstellen. Volgens een offerte van het bedrijf Dak & Gevel Totaal bedragen deze kosten
€ 3.932,50. Ook vordert [eiser] vergoeding van de buitengerechtelijke kosten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] voert aan dat de aanbouw van het prieel al op 13 mei 2021 is geplaatst. Hij betwist dat er regenwater op de scheidingsmuur vanaf het perceel van [gedaagde] stroomt. De goot van [eiser] loopt boven de scheidingsmuur, maar niet tot de erfgrens. [eiser] heeft de muur geverfd tot net voor de erfgrens, maar het is ook de goot van [eiser] die te kort is. De goot van [eiser] lekt. Er zitten druppels aan. De lekkage zit dus in de goot van [eiser] . Ook op de foto van 12 maart 2025 is duidelijk zichtbaar dat de goot van [gedaagde] minstens 20 cm van de bestaande scheidingsmuur eindigt. Er kan dus geen water vanaf deze goot op de scheidingsmuur terechtkomen. Niet is aangetoond dat sprake is van schimmel. Bij de vervanging zijn de goot en de afvoer identiek aan situatie in 2018 aangebracht. Aanpassing kan dus niet de oorzaak zijn van de schade. De manier van het afvoeren van regenwater wordt door de gemeente Waalwijk geadviseerd. De schade is vermoedelijk ontstaan door een lek of het overstromen van de eigen goot van [eiser] en door slagregens. De scheidingsmuur is door [eiser] op eigen perceel geplaatst. Deze valt buiten het perceel van [gedaagde] . [eiser] laat zijn overkapping afvoeren op de goot. Hierdoor is het af te voeren regenwater enorm vergroot, waardoor de capaciteit van de goot te klein is. De aanslag en het vocht zijn over vrijwel de gehele scheidingsmuur aanwezig en beperken zich niet tot de hoek nabij de regenwaterafvoer en de goot. Doordat [eiser] de muur geverfd heeft, kan deze onvoldoende ademen en drogen, hierdoor blijft deze langer dan gewenst nat. Door de overkapping krijgt de muur vrijwel geen direct zonlicht in de herfst, de winter en de lente. Hierdoor kan de muur onvoldoende drogen.
Vrijwel alle muren op dezelfde windrichting worden nat bij slagregen en bevatten dan aanslag. Ook aan de buitenzijde van [gedaagde] zit aanslag. Begroeiing die tegen regen beschermde is door de gemeente verwijderd, hierdoor komt veel meer regen in de achtertuin en tegen de scheidingsmuur, aldus [gedaagde] .
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Verplaatsing van de dakgoot
4.1.
[eiser] heeft verzocht om de dakgoot aan te passen. Ter zitting is gebleken dat [gedaagde] na sommatie van [eiser] de dakgoot in originele staat heeft teruggeplaatst, maar dat [eiser] liever wenst dat de dakgoot richting de poort van [gedaagde] wordt geplaatst. Op deze wijze zal [eiser] meer geholpen zijn. Ter zitting heeft [gedaagde] aangeboden om de dakgoot te verplaatsen. Hij heeft hiervoor slechts een koppelstuk nodig en kan het werk zelf uitvoeren. Daarom zal de kantonrechter deze vordering van [eiser] toewijzen. Anders dan [eiser] vordert, hoeft dit niet door een professioneel bedrijf te gebeuren.
Herstelkosten
4.2.
[eiser] vordert een bedrag van € 3.932,50 aan herstelkosten. [eiser] stelt dat hij schimmel- en verrottingsproblemen aan zijn scheidingsmuur heeft gekregen doordat [gedaagde] zijn goot heeft aangepast. [eiser] stelt dat de nieuwe goot smaller is waardoor deze overloopt en dat deze goot uitkomt aan de onderkant van de muur. De kantonrechter is van oordeel dat – als er al schimmel en verrotting is ontstaan – [eiser] het causaal verband onvoldoende heeft onderbouwd. [gedaagde] legt juist uit dat het vochtprobleem aan de scheidingsmuur van [eiser] door andere oorzaken kan komen. [gedaagde] stelt dat dit probleem ook kan komen door een drietal andere redenen: 1) het overstromen van de eigen goot van [eiser] en slagregens, 2) het feit dat [eiser] de muur heeft geverfd en 3) een prieel heeft geplaatst waardoor er vrijwel geen direct zonlicht op de muur komt. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van [gedaagde] heeft [eiser] onvoldoende onderbouwd dat het probleem is veroorzaakt door de goot van [gedaagde] . Dit betekent dat de vordering van [eiser] zal worden afgewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.3.
[eiser] vordert betaling van buitengerechtelijke incassokosten. [eiser] dient hiervoor niet alleen dient te stellen en te specificeren dat hij daadwerkelijk buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt, maar ook dat deze kosten zien op andere werkzaamheden dan die waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht een vergoeding in te sluiten. Het moet daarbij gaan om werkzaamheden die meer omvatten dan een enkele (herhaalde) sommatie, het enkel doen van een schikkingsvoorstel of het inwinnen van (verhaals)inlichtingen. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] in dit verband onvoldoende gesteld. Dit eens te meer omdat [gedaagde] heeft aangegeven dat hij de aangetekende brief van 30 december 2024 niet heeft ontvangen, omdat zijn naam verkeerd op de brief was vermeld. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zullen daarom worden afgewezen.
Proceskosten
4.4.
De eerste vordering van [eiser] wordt in aangepaste vorm toegewezen. De overige vorderingen worden afgewezen. In deze uitkomst en in de omstandigheid dat partijen naaste buren van elkaar zijn, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot verplaatsing van de dakgoot en de waterafvoerpijp die zich op diens schuur bevinden op een zodanige wijze dat er geen water op het perceel c.q. de muur van [eiser] kan stromen,
5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 3 december 2025.