ECLI:NL:RBZWB:2025:8721

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
6 oktober 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
C/02/440082 / JE RK 25-1710
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Hendriks
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.4 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige gedragsproblemen

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Goes om een voorwaardelijke machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige geboren in 2009. De minderjarige verblijft sinds 27 augustus 2025 op een open groep van een woongroep vanwege een onhoudbare thuissituatie. Ondanks verblijf en afspraken neemt de zorg over zijn veiligheid en gedrag toe, mede door signalen van mogelijk dealen en het niet naleven van regels.

De minderjarige en zijn ouders stemmen in met het verzoek. De minderjarige volgt deels onderwijs, maar heeft moeite met het volgen van het rooster en gebruikt zijn medicatie niet meer. Er is een hulpverleningsplan opgesteld met voorwaarden en een jeugdhulpaanbieder die bereid is hem op te nemen in een gesloten accommodatie. Tevens is een gedragswetenschapper betrokken die instemt met het verzoek.

De kinderrechter oordeelt dat aan de wettelijke vereisten is voldaan en dat de gesloten jeugdhulp noodzakelijk is vanwege ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige ernstig belemmeren. De machtiging wordt verleend voor zes maanden, van 6 oktober 2025 tot 6 april 2026, onder voorwaarden zoals het naleven van afspraken over verblijf, onderwijs en gedrag. De kinderrechter benadrukt het belang van de behandeling en begeleiding en ziet de machtiging als een noodzakelijke stok achter de deur om de minderjarige te motiveren.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp aan de minderjarige voor zes maanden onder voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/440082 / JE RK 25-1710
Datum uitspraak: 6 oktober 2025
Beschikking van de kinderrechter over een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE GOES,
zetelende te Goes,
hierna te noemen: het college,
over
[minderjarige],
geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat mr. J.C.W.L. Grootjans uit Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [plaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [plaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen van het college van 9 september 2025, ontvangen op 24 september 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 oktober 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [minderjarige] , die vooraf ook apart door de kinderrechter is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van het college.
1.3.
Met bijzondere toestemming van de kinderrechter was op verzoek van [minderjarige] ook aanwezig de heer [persoon] , begeleider van [stichting] .

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .

3.Het verzoek

3.1.
Het college verzoekt een voorwaardelijke machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
3.2.
De vader en de moeder stemmen in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp.
3.3.
De jeugdhulpaanbieder heeft in het hulpverleningsplan van 18 augustus 2025 de voorwaarden opgenomen en de jeugdhulpaanbieder genoemd die bereid is [minderjarige] op te nemen. Ook is vermeld welke medewerker bevoegd is tot het nemen van het besluit tot opname.

4.De standpunten

4.1.
Het college handhaaft het verzoek tot het verlenen van een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en verwijst voor de onderbouwing daarvan naar de overgelegde stukken. [minderjarige] is op 27 augustus 2025 geplaatst bij de open groep van [woongroep] omdat de (thuis)situatie onhoudbaar was geworden. Ondanks dat [minderjarige] op een groep verblijft, nemen de zorgen steeds meer toe en maakt het college zich zorgen over de veiligheid van [minderjarige] en de mensen om hem heen. Het lukt [minderjarige] tot op heden niet om zich te houden aan de gemaakte afspraken. Ook zoekt [minderjarige] het contact op met mensen die een minder goede invloed op hem hebben. Zo zijn er signalen dat [minderjarige] zou dealen. Het college hoopt dat een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp helpend is om [minderjarige] op het recht pad te houden, totdat de juiste hulp kan worden ingezet. [minderjarige] is aangemeld voor een deeltijdbehandeling bij [accommodatie 1] om duidelijkheid te verkrijgen over wat de onderliggende oorzaak is van zijn problematiek. Hierbij zal er ook een psychiatrisch onderzoek plaatsvinden. Wanneer dit kan starten is nog onduidelijk. Bij [woongroep] zou er observatiediagnostiek plaatsvinden, maar het is moeilijk om zicht op [minderjarige] te krijgen. Hij houdt zich niet aan de afspraken en hij is niet eerlijk over waar en met wie hij is.
4.2.
[minderjarige] heeft aangegeven dat het goed met hem gaat. Hij verblijft momenteel op de [woongroep] . Hij geeft aan dat dit een tijdelijke oplossing is en dat hij liever thuis verblijft. Verder geeft [minderjarige] aan dat hij onderwijs volgt bij het [school] , maar dat hij niet altijd naar school gaat. Hij licht toe dat zijn hoofd er niet naar staat en dat hij zich er niet toe kan zetten. Ten aanzien van het verzoek geeft [minderjarige] aan dat hij instemt met de voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in het hulpverleningsplan. Hij geeft aan dat er weinig andere mogelijkheden zijn. Hij heeft er vertrouwen in dat het gaat lukken en hij ziet het als een kans om te bewijzen dat hij zich aan de voorwaarden kan houden. Bij [accommodatie 2] heeft hij een intakegesprek gehad en [minderjarige] is van mening dat hij beter bij [woongroep] kan verblijven dan bij [accommodatie 2] . Verder geeft [minderjarige] aan dat hij zijn medicatie ten behoeve van zijn impulscontrole niet meer inneemt omdat hij geen verschil merkt. [minderjarige] heeft goed contact met zijn buddy van [stichting] . Zij zien elkaar twee keer in de week en [minderjarige] vindt het fijn om zijn hoofd leeg te kunnen maken.
De advocaat refereert zich namens [minderjarige] aan het oordeel van de kinderrechter. Door de advocaat is naar voren gebracht dat [minderjarige] instemt met het verzoek. Er is in het verleden al veel geprobeerd, maar dit heeft niet geleid tot een positieve resultaat. Het is vanuit [minderjarige] geen onwil, maar eerder onmacht. Het is nog onduidelijk waar dit vandaan komt. Daarom is het belangrijk dat de behandeling bij [accommodatie 1] gaat starten.
4.3.
De ouders sluiten zich aan bij hetgeen is besproken tijdens de zitting. De ouders staan achter het verzoek. Zij willen niets liever dan dat [minderjarige] weer thuis kan wonen, maar zolang hij zich niet aan de afspraken en regels kan houden gaat dat niet. De ouders hopen dat [minderjarige] middels deze machtiging de motivatie krijgt om te laten zien dat hij dit wel kan. Daarnaast hopen zij dat de behandeling bij [accommodatie 1] helpend gaat zijn.

5.De beoordeling

Wettelijk kader
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.4, eerste lid, Jeugdwet kan een voorwaardelijke machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken en kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen buiten de accommodatie worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden.
5.2.
Het verzoek van het college behoeft op grond van artikel 6.1.4, vierde lid, Jeugdwet de instemming van een gekwalificeerde gedragswetenschapper die de jeugdige met het oog daarop kort tevoren heeft onderzocht.
5.3.
Voorts bepaalt artikel 6.1.4, vijfde lid, Jeugdwet dat de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging slechts verleent indien een hulpverleningsplan wordt overgelegd dat voldoet aan de daaraan op grond van artikel 6.1.4, zesde lid, Jeugdwet te stellen eisen.
Inhoudelijke beoordeling
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten zoals hierboven vermeld. De kinderrechter wijst derhalve het – onweersproken - verzoek van het college toe. Dit betekent dat de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] afgeeft voor de duur van zes maanden. De machtiging geldt van 6 oktober 2025 en tot 6 april 2026 en daarbij gelden de voorwaarden zoals die door [minderjarige] zijn ondertekend.
5.5.
[minderjarige] heeft kenbaar gemaakt de jeugdhulp te aanvaarden, zoals opgenomen in het overgelegde hulpverleningsplan. Daarin worden de volgende voorwaarden gesteld:
Je maakt duidelijke afspraken met je ouders en de groep van [woongroep] over waar je bent, met wie je bent en wat je doet (de 3W’s) en je houdt je hieraan.
Je volgt onderwijs en/of dagbesteding volgens het daarvoor vastgestelde rooster. Je bent niet ongeoorloofd afwezig.
Je brengt jezelf en anderen niet in gevaar (geen geweld) en pleegt geen strafbare feiten (geen delict gedrag).
5.6.
De kinderrechter neemt deze beslissing nadat zij het dossier heeft gelezen, de belanghebbenden heeft gehoord, kennis heeft genomen van de verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper waaruit blijkt dat de gedragswetenschapper [minderjarige] heeft onderzocht en instemt met het verzoek en het ondertekende hulpverleningsplan. Hieruit blijkt dat er grote zorgen zijn over de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid. [minderjarige] laat al langere tijd zelfbepalend gedrag zien en komt hierdoor in de problemen. Sinds 27 augustus 2025 verblijft [minderjarige] op de open groep van [woongroep] , nadat de (thuis)situatie onhoudbaar was geworden. Ondanks alle gesprekken, de herhaaldelijke grenzen die ouders hebben gesteld en de heldere afspraken die er zijn gemaakt lukt het [minderjarige] niet om zijn gedrag aan te passen. [minderjarige] houdt zich niet aan de gemaakte afspraken en is niet altijd eerlijk over waar en met wie hij is. Daarnaast handelt hij impulsief, heeft hij verschillende strafbare feiten gepleegd en brengt hij zichzelf en anderen in gevaar. Ook maakt de kinderrechter zich zorgen over het schoolverzuim. De kinderrechter is van oordeel dat het gelet op de vele zorgen over het gedrag en ontwikkeling van [minderjarige] in het belang van [minderjarige] noodzakelijk is dat hij de juiste behandeling krijgt en dat hem begeleiding en ondersteuning wordt geboden. Het is daarbij van belang dat de behandeling bij [accommodatie 1] spoedig kan starten zodat er zicht komt op de onderliggende oorzaak van zijn problematiek en dat de begeleiding vanuit [stichting] , waar [minderjarige] veel steun aan heeft, door kan lopen. Om ervoor te zorgen dat [minderjarige] zich de komende tijd aan de gemaakte afspraken zoals opgenomen in het hulpverleningsplan houdt, is naar het oordeel van de kinderrechter de voorwaardelijke machtiging als stok achter de deur nodig. De noodzaak voor een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp wordt tevens door alle betrokkenen ondersteund. Tot slot drukt de kinderrechter [minderjarige] op het hart om ervoor te gaan. Het is belangrijk dat [minderjarige] dit als een kans ziet om te laten zien dat hij zich aan de voorwaarden kan houden. De kinderrechter hoopt dat het [minderjarige] – met de inzet van de juiste hulp – gaat lukken.
5.7.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 6 oktober 2025 tot 6 april 2026, onder de voorwaarden zoals in rechtsoverweging 5.5. is opgenomen.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. Hendriks, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verplanke als griffier, en op schrift gesteld op 24 oktober 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.