Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
New Hairstyle).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Werknemer trad op 1 april 2025 in dienst bij werkgever als machinebediener. Op 28 mei 2025 werd hij op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk te laat komen en zonder bericht afwezig zijn. Werknemer betwistte de dringende reden en verzocht om een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging.
De kantonrechter beoordeelde dat het ontslag op staande voet alleen geldig is bij een dringende reden, die hier niet voldoende is aangetoond. De werkgever kon niet concreet onderbouwen dat werknemer herhaaldelijk te laat op de werkplek was, en de tijdregistratie betrof alleen het inklokken bij de toegangspoort. Ook was het onredelijk om te eisen dat werknemer 25 minuten voor aanvang inklokt, aangezien een deel van die tijd niet als werktijd wordt gecompenseerd.
Hoewel werknemer incidenteel te laat was en een keer zonder bericht afwezig, vormde dit geen dringende reden. Het ontslag op staande voet werd daarom niet rechtsgeldig verklaard. De kantonrechter kende de gevraagde vergoeding wegens onregelmatige opzegging toe, gelijk aan het loon over de opzegtermijn, evenals de transitievergoeding. Daarnaast werd een billijke vergoeding van €7.987,30 bruto toegekend vanwege het ernstig verwijtbaar handelen van werkgever bij het ongeldig ontslag.
De proceskosten werden aan werkgever opgelegd. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is niet rechtsgeldig verklaard en werknemer krijgt een billijke vergoeding, transitievergoeding en vergoeding wegens onregelmatige opzegging toegekend.