Op 29 juni 2024 heeft verdachte slachtoffer, de (ex-)partner van zijn moeder, met meerdere messteken in de hals en borst om het leven gebracht. Verdachte handelde volgens de rechtbank met vol opzet, maar zonder voorbedachte raad, waardoor moord niet bewezen kon worden en doodslag werd vastgesteld.
De rechtbank baseerde zich op bekennende verklaringen, camerabeelden, het mes en sporenonderzoek, en pathologisch onderzoek. Verdachte handelde in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling veroorzaakt door oplopende spanningen binnen de familie en zijn persoonlijke beperkingen, waaronder een licht verstandelijke beperking en stoornissen.
Verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 jaar met aftrek van voorarrest en de maatregel gedragsbeïnvloeding of vrijheidsbeperking (GVM) om recidive te voorkomen. Daarnaast werd hij veroordeeld tot schadevergoeding aan de kinderen van het slachtoffer voor materiële en immateriële schade.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit, de impact op de nabestaanden en de openbare ordeverstoring door het incident in een woonwijk. Verdachte toonde volledige verantwoordelijkheid en spijt, wat meewoog in de strafoplegging.
De teruggave van een in beslag genomen geldbedrag aan verdachte werd gelast, en de rechtbank sprak verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit moord.