ECLI:NL:RBZWB:2025:8730

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
8 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
25/6124
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • T. Peters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 174a GemeentewetArt. 147a Gemeentewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening toegewezen tegen sluiting woning wegens vermeende overlast

De burgemeester van de gemeente Halderberge heeft besloten de woning van verzoeker te sluiten wegens vermeende ernstige overlast die de openbare orde zou aantasten. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 december 2025 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

Tijdens de zitting heeft verzoeker gesteld dat hij dagelijks in de woning verblijft en daar slaapt, hetgeen door de burgemeester onvoldoende is weersproken. De burgemeester baseerde het besluit mede op een controlerapport met foto's en meldingen van overlast, maar slechts één melding was concreet en de overige onderbouwing was mager. Beide partijen hebben hun standpunten onvoldoende onderbouwd, hetgeen ruimte laat voor nadere bewijslevering in de bezwaarprocedure.

Gezien het spoedeisend belang van verzoeker en het ontbreken van voldoende bewijs voor ernstige overlast, weegt het belang van verzoeker om in zijn woning te verblijven zwaarder dan het belang van de burgemeester. Daarom wordt het besluit geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar. De burgemeester wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.

Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en het besluit tot sluiting van de woning wordt geschorst tot twee weken na de beslissing op bezwaar.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/6124
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 8 december 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. B. Çiçek),
en

de burgemeester van de gemeente Halderberge.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker inzake het sluiten van zijn woning aan [adres] (de woning)
1.1.
De burgemeester heeft met het besluit van 20 november 2025 aan verzoeker meegedeeld dat de woning met ingang van 2 december 2025 wordt gesloten voor 4 weken. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en aan de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
Op 2 december 2025 heeft de burgemeester per e-mail laten weten bereid te zijn de sluiting op te schorten tot 9 december 2025.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen verzoeker en zijn gemachtigde. Namens de burgemeester waren aanwezig [naam 1] en [naam 2].
1.4.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Is er sprake van spoedeisend belang?
3. Verzoeker heeft gesteld dat hij dagelijks in de woning is en dat hij daar ook slaapt. De burgemeester heeft dit onvoldoende weersproken. Tijdens de zitting zijn ook geen argumenten naar voren gebracht waaruit ondubbelzinnig opgemaakt kan worden dat verzoeker niet woont in de woning. Verzoeker heeft daarom een belang bij een oordeel van de voorzieningenrechter. Op basis van de overige informatie die ter zitting is verkregen is de voorzieningenrechter van oordeel dat er sprake is van een spoedeisend belang.
Is de burgemeester bevoegd tot sluiting over te gaan?
4. Artikel 174a van de Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid om een woning te sluiten als zich door gedragingen in de woning ernstige overlast voordoet rond de woning waardoor de openbare orde wordt aangetast. Dat de burgemeester in zijn besluit (ook) artikel 147a van de Gemeentewet heeft genoemd, moet aangemerkt worden als een kennelijke misslag.
4.1
In het dossier is een controlerapport aanwezig. Bij dat rapport is een groot aantal foto’s als bijlage overgelegd. Verzoeker heeft ter zitting gesteld dat de situatie zoals die op de foto’s te zien zijn, hem onbekend voorkomen. Als (mogelijke) verklaring voor de aangetroffen situatie heeft hij gesteld dat deze situatie zich heeft voorgedaan terwijl hij voor een aantal dagen voor zijn werk in België aanwezig was. Hierdoor heeft hij een aantal dagen niet in zijn woning verbleven. De voorzieningenrechter heeft enige twijfel over deze verklaring omdat de foto’s erop lijken te duiden dat er langdurige en systematisch gebruik wordt gemaakt van de kamers.
4.2
Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat hij op de voorkamer slaapt en dat zijn kleding in een kast op de kamer lagen. De voorzieningenrechter stelt vast dat in het dossier geen foto’s aanwezig zijn van de kast en/of de kleding die op de kamer aanwezig was. Verder heeft verzoeker nog verklaard dat zijn administratie in de woonkamer lag naast zijn computers die ook in de woonkamer staan. Ook hiervan zijn door de rapporteur geen foto’s gemaakt. Uit de overgelegde foto’s kan dus niet zonder meer worden opgemaakt dat verzoeker niet in de woning verblijft.
4.3
Ter onderbouwing van de gestelde overlast heeft de burgemeester verwezen naar de MMA-meldingen en andere meldingen die zijn binnengekomen. Er is echter maar één MMA-melding overgelegd waaruit duidelijk blijkt wat de gemelde overlast is. Dit is te mager om aan te kunnen nemen dat er sprake is van ernstige overlast. De burgemeester zal daarom beter moeten onderbouwen waarom er sprake is van een ernstige overlast en dat daardoor de openbare orde wordt aangetast.
4.4
De voorzieningenrechter is van oordeel dat beide partijen hun ingenomen standpunten onvoldoende hebben onderbouwd. Zij kunnen dat in de bezwaarprocedure alsnog doen. Bij de heroverweging in bezwaar kan de burgemeester ook gebruik maken van informatie die (mogelijk) nog uit de brp-melding naar voren komt of van de informatie die verzoeker zelf aan de gemeente heeft verstrekt in het kader van de schuldhulpverlening, als verzoeker daar geen bezwaar tegen heeft. Verzoeker kan in de bezwaarprocedure nog stukken overleggen over zijn aan- en afwezigheid in de woning vanwege zijn werkzaamheden. Ook kan hij informatie overleggen over zijn hypotheek en mogelijke acties van de hypotheekverstrekker.
Welk belang weegt op dit moment zwaarder?5. Het belang van verzoeker is dat hij in zijn woning kan verblijven. Het belang van de burgemeester is dat een woning gesloten wordt als er sprake is van ernstige overlast. Niet uitgesloten is dat de burgemeester in de bezwaarprocedure nog afdoende kan onderbouwen dat er sprake is van dusdanige overlast dat sluiting van de woning gerechtvaardigd is. Het is echter ook niet uitgesloten dat verzoeker daadwerkelijk in de woning verblijft en er omstandigheden zijn waardoor hij niet op de hoogte kon zijn van wat er in zijn woning afspeelt. Omdat vooralsnog onvoldoende is onderbouwd dat er sprake is van ernstige overlast, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het belang van verzoeker zwaarder moet wegen dan dat van de burgemeester.

Conclusie en gevolgen

6. De voorzieningenrechter zal het verzoek toewijzen en een voorlopige voorziening treffen. De burgemeester zal het griffierecht moeten vergoeden en ook de proceskosten aan verzoeker moeten betalen. De proceskosten worden vastgesteld op € 1.814 (1 punt voor het verzoekschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907).
6.1
Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- schorst het bestreden besluit tot twee weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 194 aan verzoeker moet vergoeden.
- veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 1.814 aan proceskosten aan eiser.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 december 2025 door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.