Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de mondelinge behandeling van 28 maart 2023, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
6.De beslissing
3 december 2025.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
AniCura vordert betaling van een factuur voor een operatie aan de hond van gedaagde. Gedaagde voert verweer dat zij niet juist en volledig is geïnformeerd over de operatie, waardoor deze niet had hoeven plaatsvinden. De zaak is aangehouden in afwachting van een uitspraak van het Veterinair Tuchtcollege, dat oordeelde dat de MRI-beelden van onvoldoende kwaliteit waren en dat de radioloog onvoldoende duidelijkheid gaf over de gebrekkige beelden.
De kantonrechter stelt vast dat zowel gedaagde als AniCura (via de dierenarts) zijn uitgegaan van een onjuiste veronderstelling over de kwaliteit van de MRI-beelden en de diagnose. Hierdoor is sprake van wederzijdse dwaling, waardoor de overeenkomst vernietigbaar is. AniCura is verantwoordelijk voor de beoordeling en rapportage van de MRI-beelden door de ingeschakelde radioloog.
De vordering van AniCura tot betaling van de factuur wordt afgewezen. De vordering van gedaagde tot schadevergoeding wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig ingesteld. AniCura wordt veroordeeld in de proceskosten van €50, gedaagde in de proceskosten aan de zijde van AniCura tot op heden nihil. Het vonnis is gewezen door mr. Ebben en op 3 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen wegens wederzijdse dwaling over de kwaliteit van de MRI-beelden en de noodzaak van de operatie.