ECLI:NL:RBZWB:2025:8736
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiseres heeft op 17 augustus 2022 een WIA-uitkering aangevraagd die door het UWV op 9 augustus 2023 werd afgewezen wegens een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Na bezwaar handhaafde het UWV dit besluit op 24 juli 2024. Eiseres stelde dat haar beperkingen door fibromyalgie, waaronder chronische pijn, stijfheid en vermoeidheid, onderschat waren en dat zij onterecht geen urenbeperking kreeg toegekend.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) correct was opgesteld op basis van objectief vastgestelde beperkingen. De subjectieve klachten van eiseres werden erkend maar waren niet doorslaggevend. De arbeidsdeskundige van het UWV gebruikte passende functies voor de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid, welke door de rechtbank als medisch passend werden beschouwd.
De rechtbank erkende dat het WIA-systeem in combinatie met het relatief lage uurloon van eiseres kan leiden tot een lagere mate van arbeidsongeschiktheid, maar dit is geen grond voor wijziging van het besluit. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard, waardoor de afwijzing van de WIA-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.