Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 december 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het hebben van seks tegen betaling met een toen minderjarige. De officier van justitie stelde dat verdachte in de periode van april tot oktober 2022 meerdere keren seks tegen betaling had met het slachtoffer, dat toen zestien en zeventien jaar oud was.
De verdediging voerde aan dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte seks met het slachtoffer had gehad. Verdachte verklaarde slechts dat hij de advertentie van het slachtoffer had gezien en zich niet kon herinneren seks met haar te hebben gehad. Het slachtoffer zelf kon verdachte niet herkennen en herinnerde zich geen seksafspraak met hem.
De rechtbank oordeelde dat de betalingen via Tikkie, hoewel een aanwijzing voor een afspraak, onvoldoende bewijs vormden dat er daadwerkelijk seksafspraken plaatsvonden. Omdat het slachtoffer ook aangaf dat zij soms vooraf betaald werd zonder dat er een afspraak tot stand kwam, ontbrak het aan wettig bewijs voor de tenlastelegging.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de grondslag daarvoor niet bewezen was.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van seks tegen betaling met een minderjarige.