De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 februari 2025 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) met dwangverpleging van betrokkene, die sinds 1988 tbs onder dwangverpleging ondergaat na een veroordeling wegens verkrachting en bedreiging.
De reclassering en een externe gedragsdeskundige adviseerden beide om de tbs niet te verlengen. Betrokkene vertoont een stabiel gedrag, woont zelfstandig sinds 2021 en houdt zich aan afspraken. Zijn alcoholverslaving is in remissie en hij heeft een stabiele relatie waardoor het recidivegevaar als laag wordt ingeschat.
De rechtbank nam de adviezen over en concludeerde dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid geen verlenging van de tbs meer vereisen. Zowel de officier van justitie als de verdediging verzochten de rechtbank de verlenging af te wijzen. De rechtbank wees de vordering tot verlenging van de tbs met één jaar af.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters en uitgesproken in openbare zitting. Betrokkene blijft onder nazorg van de reclassering vallen indien nodig.