De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft verdachte veroordeeld voor het hebben van seks tegen betaling met een minderjarige van zeventien jaar, waarbij penetratie heeft plaatsgevonden. De zaak betrof twee seksafspraken in de periode van 28 juni tot en met 16 juli 2023. Verdachte betaalde via Tikkie twee keer €350 aan het slachtoffer, wat door de rechtbank als bewijs werd gezien voor de seksafspraken.
De verdediging ontkende dat er sprake was van seks tegen betaling en stelde dat de betalingen mogelijk hulpbetuigingen waren aan online contacten. De rechtbank verwierp dit verweer omdat verdachte geen concrete onderbouwing gaf en het bewijs, waaronder banktransacties en gemiste oproepen, overtuigend was.
De rechtbank oordeelde dat verdachte onvoldoende heeft erkend zich bewust te zijn van de gevolgen van zijn handelen en dat hij naliet zich te vergewissen van de leeftijd van het slachtoffer, wat strafbaar is onder artikel 248b Sr (oud). De straf bestaat uit een taakstraf van 170 uur en een gevangenisstraf van 14 dagen waarvan 13 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast kende de rechtbank aan het slachtoffer een immateriële schadevergoeding van €750 toe wegens de psychische gevolgen van het bewezenverklaarde strafbare feit. De schadevergoeding is inclusief wettelijke rente vanaf 16 juli 2023 en kan bij niet-betaling leiden tot gijzeling.