Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 december 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het hebben van seks tegen betaling met een toen zeventienjarige minderjarige. De tenlastelegging betrof meerdere seksafspraken in de periode van 24 september tot 1 oktober 2022. De officier van justitie achtte het bewezen, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Het bewijs bestond uit verklaringen van de minderjarige aangeefster, banktransacties via Tikkie-betalingen en foto’s uit het dossier. De aangeefster herkende verdachte niet en kon de betalingen niet koppelen aan seksafspraken met verdachte. Ook was er geen concreet bewijs dat daadwerkelijk seksafspraken tussen verdachte en aangeefster hadden plaatsgevonden. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van aangeefster onvoldoende concreet was en dat de objectieve aanwijzingen onvoldoende waren om wettig en overtuigend bewijs te vormen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het tenlastegelegde feit. De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat de grondslag daarvan niet was bewezen. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij in de kosten van verdachte, die nihil waren begroot.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van seks tegen betaling met minderjarige.