De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 11 december 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van seks tegen betaling met een minderjarige, waarbij penetratie heeft plaatsgevonden. De zaak betrof twee seksafspraken in augustus 2022 met een toen zeventienjarig meisje. Verdachte werd wettig en overtuigend bewezen dat hij seksueel contact had met de minderjarige, ondanks zijn ontkenning.
Het bewijs bestond uit verklaringen van het slachtoffer, banktransacties via Tikkie, en overeenkomsten in verklaringen over persoonskenmerken en woonadres. De rechtbank oordeelde dat verdachte onvoldoende onderzoeksplicht had betracht om de leeftijd van het slachtoffer te verifiëren, wat strafbaar is volgens artikel 248b Sr (oud). Er was sprake van meerdere seksafspraken en penetratie, wat de ernst van het feit verhoogde.
De rechtbank hield rekening met het feit dat verdachte niet bewust op zoek was naar een minderjarige, maar wel naliet zijn onderzoeksplicht te vervullen. Verdachte toonde geen berouw en ontkende de afspraken, wat de strafverzwaring verklaart. De straf bestaat uit een taakstraf van 170 uur en een gevangenisstraf van 14 dagen, waarvan 13 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast is aan het slachtoffer een immateriële schadevergoeding van €750 toegekend wegens de psychische gevolgen van de feiten. De rechtbank legde een schadevergoedingsmaatregel op met mogelijkheid tot gijzeling bij niet-betaling. Hiermee wordt het slachtoffer financieel gecompenseerd voor de bewezen normschending.