Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De benadeelde partij
6.De beslissing
spreekt verdachte vrijvan het tenlastegelegde feit;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 11 december 2025 de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van het hebben van seks tegen betaling met een toen zeventienjarige minderjarige. De zaak werd inhoudelijk besproken op 22 oktober 2025, waarbij zowel de officier van justitie als de verdediging hun standpunten presenteerden.
De tenlastelegging betrof het strafbaar feit van seks tegen betaling met een minderjarige sekswerker, waarbij de leeftijd van het slachtoffer geobjectiveerd is en opzet of schuld niet vereist is. De officier van justitie achtte bewezen dat verdachte op 3 april 2023 seks tegen betaling had met het slachtoffer. De verdediging betwistte dit en stelde dat wettig en overtuigend bewijs ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat hoewel verdachte een betaling via Tikkie had gedaan aan het slachtoffer, dit op zichzelf onvoldoende bewijs vormde dat daadwerkelijk een seksafspraak had plaatsgevonden. Uit het dossier bleek dat betalingen ook voorkwamen zonder dat er een afspraak tot seks was gekomen. Daarnaast ontbrak bewijs over welke seksuele handelingen eventueel hadden plaatsgevonden. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde feit.
De benadeelde partij vorderde een immateriële schadevergoeding van €750,-, maar omdat verdachte werd vrijgesproken, verklaarde de rechtbank deze vordering niet-ontvankelijk. De rechtbank veroordeelde de benadeelde partij tot betaling van de kosten van verdachte, die nihil waren begroot.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 11 december 2025.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs van seks tegen betaling met een minderjarige.