Belanghebbende, woonachtig in Duitsland, diende geen aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2017 in, ondanks meerdere aanmaningen van de inspecteur naar het adres in Duitsland. De inspecteur legde een ambtshalve aanslag en een verzuimboete op. Belanghebbende maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. Tevens werd het bezwaar behandeld als een verzoek om ambtshalve vermindering, dat werd afgewezen omdat het verzoek buiten de wettelijke termijn van vijf jaar viel.
De rechtbank oordeelt dat de onjuiste adressering van de brieven voor rekening en risico van belanghebbende komt, aangezien hij geen adreswijziging had doorgegeven. Hierdoor is de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Ook het verzoek om ambtshalve vermindering is terecht afgewezen vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn zonder verschoonbare omstandigheden.
De rechtbank wijst het beroep af, handhaaft de boetebeschikking en het griffierecht wordt niet teruggegeven. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter J.H. Bogert op 8 december 2025.