ECLI:NL:RBZWB:2025:8782
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag en verzuimboete dividendbelasting 2023
Belanghebbende heeft over het jaar 2023 een naheffingsaanslag dividendbelasting ontvangen vanwege het niet tijdig betalen van de belasting na een dividenduitkering van €400.000 op 3 februari 2023. Gelijktijdig werd een verzuimboete van €1.800 opgelegd. Belanghebbende stelde dat de boete te hoog was en verzocht om matiging, verwijzend naar een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam.
De rechtbank oordeelde dat het verweerschrift van de inspecteur niet tardief was en dat belanghebbende voldoende gelegenheid had gehad om te reageren. De rechtbank vond de omstandigheden van belanghebbende niet vergelijkbaar met die in de door haar aangehaalde jurisprudentie, waarbij sprake was van onbekendheid met aangifteverplichtingen en actieve pogingen om fouten te voorkomen.
De rechtbank stelde vast dat het vergeten van betaling geen reden tot matiging is, temeer daar de uiterste betaaldatum duidelijk op het aangiftebiljet en in een begeleidende brief van de gemachtigde was vermeld. De verzuimboete werd daarom als passend en geboden beoordeeld. Het beroep werd ongegrond verklaard, en belanghebbende kreeg geen teruggaaf van griffierecht of proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete dividendbelasting 2023 wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.800 bevestigd.