ECLI:NL:RBZWB:2025:8782
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag dividendbelasting en verzuimboete, beroep ongegrond
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedaan op 10 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende, een B.V. gevestigd te [plaats], tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de Belastingdienst van 1 november 2024 beoordeeld. De inspecteur had aan belanghebbende een naheffingsaanslag in de dividendbelasting opgelegd voor het jaar 2023, alsook een verzuimboete van € 1.800. Het bezwaar van belanghebbende werd door de inspecteur ongegrond verklaard. Tijdens de zitting op 29 oktober 2025 was de gemachtigde van belanghebbende aanwezig, maar belanghebbende zelf was niet aanwezig. De rechtbank beoordeelt of de verzuimboete terecht is opgelegd en of deze naar de juiste hoogte is vastgesteld. Belanghebbende stelt dat de verzuimboete te hoog is, omdat dit de eerste keer is dat zij de dividendbelasting niet tijdig heeft betaald. De rechtbank oordeelt echter dat de verzuimboete passend is, gezien de omstandigheden van de zaak. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is, waardoor belanghebbende geen griffierecht terugkrijgt en ook geen vergoeding van proceskosten ontvangt. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.