ECLI:NL:RBZWB:2025:8783
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag dividendbelasting en verzuimboete; beoordeling van motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedateerd 10 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende B.V. tegen de naheffingsaanslag dividendbelasting en de opgelegde verzuimboete beoordeeld. De inspecteur van de Belastingdienst had aan belanghebbende een naheffingsaanslag opgelegd van € 234.310, inclusief een verzuimboete van € 5.514 en € 3.796 aan belastingrente. In bezwaar werd de verzuimboete verlaagd naar € 4.500. De rechtbank behandelt het beroep en oordeelt dat de naheffingsaanslag niet naar de juiste hoogte is opgelegd, maar dat het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel niet zijn geschonden. De rechtbank concludeert dat de inspecteur alle op de zaak betrekking hebbende stukken heeft overgelegd, met uitzondering van een hoorverslag dat niet is opgemaakt. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende op een juiste wijze is gehoord, ondanks het ontbreken van het hoorverslag. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de belastingrentebeschikking, omdat deze ambtshalve is verminderd naar nihil. De overige beroepen zijn ongegrond. De rechtbank bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 385 aan belanghebbende moet vergoeden en een proceskostenvergoeding van € 1.814 moet betalen.