ECLI:NL:RBZWB:2025:8791
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag parkeerbelasting in Breda
Op 11 december 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in de zaak tussen een belanghebbende en de heffingsambtenaar van de gemeente Breda over een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De rechtbank beoordeelt het beroep van de belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar, die op 15 juli 2024 het bezwaar ongegrond verklaarde. De belanghebbende had een naheffingsaanslag van € 62,80 ontvangen, waarvan € 1,15 aan belasting en € 61,65 aan kosten. Tijdens de zitting op 5 november 2025 was de belanghebbende niet aanwezig, en de heffingsambtenaar had zich afgemeld. De rechtbank concludeert dat de belanghebbende correct was uitgenodigd voor de zitting.
De rechtbank onderzoekt of de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De auto van de belanghebbende stond op 23 mei 2024 om 20:49 uur geparkeerd aan de Haagdijk te Breda, waar parkeerbelasting verschuldigd is. De belanghebbende voerde aan dat zij wel degelijk parkeerbelasting had voldaan, onderbouwd met een bankafschrift waarop € 0,10 was afgeschreven. De rechtbank oordeelt echter dat dit bedrag te laag is voor parkeren in het centrum van Breda en dat het bankafschrift niet voldoende bewijs levert dat de verschuldigde parkeerbelasting is voldaan. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond. De belanghebbende krijgt haar griffierecht niet vergoed.