ECLI:NL:RBZWB:2025:8792
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting in Breda
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd door de gemeente Breda omdat zij stelde dat zij parkeerbelasting had betaald tot kort voor de constatering en dat zij in de auto zat tijdens het moment van controle.
De rechtbank stelde vast dat de auto op 30 april 2024 om 09:32 uur geparkeerd stond in een betaalzone zonder dat op dat moment parkeerbelasting was voldaan. De foto's van de scanauto toonden geen aanwijzingen dat belanghebbende in of bij de auto zat, waardoor het stilstaan als parkeren werd aangemerkt.
Belanghebbendes argument dat zij de parkeerapp had gestopt terwijl zij nog in de auto zat en de minuut nodig had om veilig weg te rijden, werd niet ondersteund door de foto’s. De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.
Daarnaast werd het proportionaliteitsbeginsel toegepast: de kosten van de naheffingsaanslag voldeden aan de wettelijke maxima en waren niet buitensporig.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de naheffingsaanslag, waarbij belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.