ECLI:NL:RBZWB:2025:88
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en Zvw 2016 met correcties concernvergoedingen en tegoedschrijvingen kinderen
Belanghebbende is gehuwd en samen met zijn echtgenote voor 50% firmant in een VOF en aandeelhouder van een BV. De inspecteur legde navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2016 op, inclusief correcties voor niet-erkende kostenposten: concernvergoedingen tussen BV en VOF en zogenoemde tegoedschrijvingen kinderen.
De rechtbank behandelde de beroepen op 28 november 2024. Belanghebbende verscheen niet, de inspecteur was wel aanwezig. De rechtbank beoordeelde of de aanslagen terecht en naar juiste hoogte waren opgelegd en of de beroepen ontvankelijk waren.
Belanghebbende stelde dat de concernvergoedingen mondeling overeengekomen waren en betrekking hadden op advisering en aansturing, en dat de tegoedschrijvingen een vergoeding waren voor werkzaamheden van de kinderen. De inspecteur betwistte het bestaan en het zakelijke karakter van deze kosten.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs had geleverd dat de kosten daadwerkelijk waren gemaakt en dat zij zakelijk waren. Er werden slechts conceptovereenkomsten en geen nadere onderbouwing overlegd. Daarom waren de correcties terecht. Ook de belastingrente werd gehandhaafd. De beroepen werden ongegrond verklaard, met afwijzing van teruggaaf griffierecht en proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw 2016 worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor aftrek van kosten.