Voesenek BV heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van 2 april 2025 tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van haar ex-werknemer op grond van de Wet WIA.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat Voesenek BV het UWV op 11 juni 2025 in gebreke heeft gesteld. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, beveelt de rechtbank het UWV binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen.
De rechtbank acht een termijn van vier maanden redelijk gelet op de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en de door het UWV aangevoerde redenen zoals het tekort aan verzekeringsartsen en werkvoorraden.
Daarnaast legt de rechtbank het UWV een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat de beslissing langer uitblijft, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 9 december 2025.