ECLI:NL:RBZWB:2025:8808
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank wijst volledige compensatie toe voor afgeloste schuld op grond van Wet hersteloperatie toeslagen
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eiser tegen de weigering van de minister van Financiën om volledige compensatie te verlenen voor een door eiser afgeloste schuld onder de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Eiser had een schuld bij Friesland GGN opgenomen in zijn schuldenlijst en betaalde op 18 december 2020 een bedrag van € 1.380,-, dat betrekking had op twee dossiers met een gezamenlijke schuld van € 1.340,78. De minister had aanvankelijk slechts een deel van deze schuld vergoed en weigerde het resterende bedrag van € 897,78 te compenseren wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank stelde vast dat eiser voldoende bewijs had geleverd dat de betaling betrekking had op beide dossiers en dat de schuld aan de voorwaarden van de Wht voldeed. Daarom oordeelde de rechtbank dat de minister ten onrechte de volledige compensatie had geweigerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van 8 augustus 2025 en besloot zelf in de zaak te voorzien door eiser alsnog € 897,78 toe te kennen. Tevens werd de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten en griffierecht.
Deze uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige beoordeling van compensatieaanvragen en de reikwijdte van de Wht bij afgeloste schulden.
Uitkomst: De rechtbank kent eiser alsnog volledige compensatie van € 897,78 toe voor de afgeloste schuld en veroordeelt de minister tot betaling van proceskosten en griffierecht.