Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 december 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Samenvatting
.Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
.Daarbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat verzoeker zelf voortvarend heeft gehandeld. Meteen nadat hem de sloop was aangekondigd, heeft hij een verzoek ingediend. Hij constateert daarbij dat verzoeker op de dag waarop hem is medegedeeld dat de gemeente voornemens is te gaan slopen, een verzoek om handhaving heeft ingediend. Het college heeft daarna pas op 26 november aan eiser bericht dat zijn verzoek een formeel gebrek zou kennen en hem tot de laatste werkdag vóór de voorgenomen werkzaamheden, waarvan bekend was dat die vanaf 1 december 2025 plaats zouden vinden, in de gelegenheid gesteld dat gebrek te herstellen. Verzoeker heeft nog op 26 november het gebrek hersteld, zodat hem n niet kan worden verweten worden te langzaam te hebben gehandeld.