Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
“Uiteindelijk heeft hij[verdachte]
het[misbruik]
zelf gestopt door te zeggen “laten we dit echt niet meer doen”. Ik zei, “dat is goed”. Gelet op al het voorgaande acht de rechtbank de verklaring van [slachtoffer] dan ook geloofwaardig en betrouwbaar. Het feit dat er veel tijd is verstreken tussen het seksueel misbruik en het doen van aangifte, maakt het voorstelbaar dat niet alle details meer zijn terug te halen, maar tast naar het oordeel van de rechtbank de geloofwaardigheid van de herinnering aan de indringende gebeurtenissen niet aan. Het is overigens algemeen bekend dat het onderkennen en verwerken van seksueel misbruik vaak langere tijd vergt en dat het daarmee naar buiten treden, bijvoorbeeld door het doen van aangifte, nog meer moeite kost. Er is mede om die reden geen verjaringstermijn voor verkrachting en evenmin voor aanranding van een kind.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
primairtenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
leerstraf,te weten
Tools4U Verlengd (seksueel grensoverschrijdend gedrag)
van 35 (vijfendertig) uren
een werkstraf van 140 (honderdveertig) uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
70 (zeventig) dagen;
een jeugddetentie van 3 (drie) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaarde
[slachtoffer]van
, € 10.000,-te betalen, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 september 2019 tot aan de dag der voldoening;
0 dagen gijzelingkan worden toegepast;