In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure tussen Stichting Leystromen en twee huurders, [huurder 1] en [huurder 2]. De huurders hebben een huurachterstand van € 2.687,85 laten ontstaan, wat heeft geleid tot de vordering van Leystromen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Gedurende de procedure hebben de huurders een bewindvoerder gekregen, en tijdens de mondelinge behandeling zijn afspraken gemaakt tussen partijen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning kunnen worden toegewezen, maar heeft ook een laatste kans overeenkomst voorgesteld, waarbij Leystromen zich zal inspannen om een andere woning voor de huurders te vinden.
De kantonrechter heeft de huurachterstand erkend en de huurders veroordeeld tot betaling van de achterstand en een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding van de huurovereenkomst. Daarnaast zijn de huurders veroordeeld tot het ontruimen van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter heeft ook de proceskosten toegewezen aan Leystromen, die in totaal € 1.255,43 bedragen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.