ECLI:NL:RBZWB:2025:8816

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11656327 CV EXPL 25-1855 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • mr. Ebben
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming woning na huurachterstand met afspraken voor laatste kans

In deze zaak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 10 december 2025 uitspraak gedaan in een bodemprocedure tussen Stichting Leystromen en twee huurders, [huurder 1] en [huurder 2]. De huurders hebben een huurachterstand van € 2.687,85 laten ontstaan, wat heeft geleid tot de vordering van Leystromen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Gedurende de procedure hebben de huurders een bewindvoerder gekregen, en tijdens de mondelinge behandeling zijn afspraken gemaakt tussen partijen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning kunnen worden toegewezen, maar heeft ook een laatste kans overeenkomst voorgesteld, waarbij Leystromen zich zal inspannen om een andere woning voor de huurders te vinden.

De kantonrechter heeft de huurachterstand erkend en de huurders veroordeeld tot betaling van de achterstand en een gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding van de huurovereenkomst. Daarnaast zijn de huurders veroordeeld tot het ontruimen van de woning binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter heeft ook de proceskosten toegewezen aan Leystromen, die in totaal € 1.255,43 bedragen. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 11656327 \ CV EXPL 25-1855
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
STICHTING LEYSTROMEN,
te Tilburg ,
eisende partij,
hierna te noemen: Leystromen,
gemachtigde: J.J. Schaeken,
tegen

1.[huurder 1] ,

te [plaats 1] ,
2.
[huurder 2],
te [plaats 1] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [bewindvoerder huurders] ,
gemachtigde: mr. K.T. Ghaffari.
De zaak in het kort
[huurder 1] en [huurder 2] hebben een huurachterstand laten ontstaan. Gedurende deze procedure hebben zij een bewindvoerder gekregen. Partijen hebben tijdens de gehouden mondelinge behandeling afspraken met elkaar gemaakt. Afgesproken is dat de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning kunnen worden toegewezen. Partijen hebben daarbij de afspraak gemaakt om een laatste kans overeenkomst met elkaar aan te gaan onder voorwaarden, waarbij op zoek zal worden gegaan naar een andere woning voor [huurder 1] en [huurder 2] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 2 juli 2025 met de daarin genoemde stukken,
  • het bericht van 31 oktober 2025 met productie(s) van [bewindvoerder huurders] ,
  • het bericht van 6 november 2025 met productie(s) van Leystromen,
  • het bericht van 7 november 2025 met productie(s) van [bewindvoerder huurders] ,
  • de mondelinge behandeling van 11 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
Leystromen verhuurt met ingang van 9 oktober 2024 aan [huurder 1] en [huurder 2] de woning aan het adres [adres] in [plaats 1] . De huur bedraagt € 677,57 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Er is sprake van een huurachterstand van € 2.687,85 berekend tot en met april 2025.

3.Het geschil

3.1.
Leystromen vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 2.687,85 aan huurachterstand met nevenvorderingen. Leystromen legt aan de vordering ten grondslag dat [huurder 1] en [huurder 2] in hun verplichtingen als huurder tekortgeschoten zijn, door niet (volledig) aan de betalingsverplichting te voldoen en door overlast te veroorzaken. De hoogte van de huurachterstand en de overlast rechtvaardigt volgens Leystromen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
3.2.
[bewindvoerder huurders] erkent de omvang van de huurachterstand, maar voert – samengevat - aan dat er inmiddels te verwachten valt dat de huur voortaan wordt betaald met behulp van de bewindvoerder. Over de overlast voert zij aan dat sprake is van normale leefgeluiden.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Betaling van huurachterstand
4.1.
[bewindvoerder huurders] heeft de huurachterstand van € 2.687,85, berekend tot en met april 2025, erkend. Dit gedeelte van de vordering zal worden toegewezen. Aangezien [bewindvoerder huurders] te laat is met het betalen van de verschillende huurtermijnen zal de gevorderde wettelijke rente over de huurachterstand worden toegewezen zoals gevorderd vanaf 15 april 2025.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.2.
Leystromen heeft ook een bedrag van € 81,97 gevorderd aan buitengerechtelijke incassokosten. De huurovereenkomst die in deze procedure centraal staat is gesloten met een consument. De kantonrechter moet in dat geval ambtshalve (uit zichzelf, ook als de andere partij daar niet om vraagt) beoordelen of een beding oneerlijk is tegenover een consument. [1] De kantonrechter is van oordeel dat artikel 14 van de algemene huurvoorwaarden oneerlijk is, omdat het ten nadele van de consument afwijkt van het bepaalde in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Met inachtneming hiervan vernietigt de kantonrechter artikel 14 van de huurovereenkomst voor zover dit betrekking heeft op buitengerechtelijke incassokosten vanwege het oneerlijke karakter. Als gevolg daarvan worden de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afgewezen.
Afspraken van partijen
4.3.
Tijdens de gehouden mondelinge behandeling hebben partijen afspraken gemaakt over de gevorderde ontbinding en ontruiming. Partijen zijn het met elkaar eens dat de door Leystromen gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning kunnen worden toegewezen. [bewindvoerder huurders] verzet zich hier niet tegen. Partijen hebben daarbij de afspraak gemaakt dat zij daarna met elkaar een laatste kans overeenkomst aangaan, voor de duur van twee jaar, onder de voorwaarden zoals hierna weergegeven.
4.4.
Partijen hebben met elkaar de volgende afspraken gemaakt:
[huurder 1] en [huurder 2] zullen zo snel mogelijk afscheid nemen van hun honden, in ieder geval binnen een termijn van drie maanden.
De (overige) overlast, zoals omschreven in het dossier, zal worden gestopt en moet gestopt blijven.
Leystromen zal zich ten volste inspannen om een andere woning te vinden voor [huurder 1] en [huurder 2] die voldoet aan hun eisen. Deze nieuwe woning bevindt zich bij voorkeur in de regio [plaats 2] . Leystromen zal op zoek gaan naar een woning binnen het gebied waarin zij opereert, maar Leystromen is ook bereid om haar netwerk in te schakelen, zodat eventueel ook in [plaats 3] een woning kan worden gevonden. Het doel is dat [huurder 1] en [huurder 2] vertrekken uit de huidige woning in [plaats 1] .
[huurder 1] en [huurder 2] aanvaarden ambulante begeleiding (in principe door stichting MEE) met een frequentie van minimaal één keer per week. Dit geldt voor de duur van de laatste kans overeenkomst die wordt aangegaan voor de duur van twee jaar.
Er wordt gestart met het aflossen van de huurachterstand. De bewindvoerder doet hiertoe een voorstel op basis van de financiële situatie van [huurder 1] en [huurder 2] (vooruitlopend op de schuldregeling die de Kredietbank zal opstarten).
Ontbinding huurovereenkomst
4.5.
De gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst zal op grond van het voorgaande worden toegewezen. [bewindvoerder huurders] zal worden veroordeeld het gehuurde te ontruimen op een termijn van veertien dagen na betekening van het vonnis. De kantonrechter is van oordeel dat dit een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen. Leystromen heeft toegezegd dat zij niet tot ontruiming zal overgaan, als [bewindvoerder huurders] zich aan de hierboven vermelde afspraken houdt.
Vergoeding per maand
4.6.
Leystromen wil ook dat [bewindvoerder huurders] wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 677,57, te rekenen vanaf de maand mei 2025 tot het moment dat [bewindvoerder huurders] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [bewindvoerder huurders] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.7.
[bewindvoerder huurders] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.
De proceskosten van Leystromen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
146,43
- griffierecht
514,00
- salaris gemachtigde
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.255,43

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in [plaats 1] ,
5.2.
veroordeelt [bewindvoerder huurders] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [huurder 1] en [huurder 2] , om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Leystromen zijn, en de sleutels af te geven aan Leystromen,
5.3.
veroordeelt [bewindvoerder huurders] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [huurder 1] en [huurder 2] , om te betalen aan Leystromen:
- € 2.687,85 aan achterstallige huur tot en met april 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 15 april 2025 tot de dag van voldoening,
- € 677,57 per maand vanaf 1 mei 2025 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.4.
veroordeelt [bewindvoerder huurders] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over alle goederen die toebehoren of zullen toebehoren aan [huurder 1] en [huurder 2] , in de proceskosten van € 1.255,43, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bewindvoerder huurders] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Ebben en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.

Voetnoten

1.Richtlijn 93/13 EG (Richtlijn oneerlijke bedingen).