De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 30 oktober 2025 het verzoek van de vader en stiefmoeder van een minderjarige om gezamenlijk gezag te verkrijgen en de geslachtsnaam van het kind te wijzigen in die van de vader.
De vader is sinds 2019 alleen met het gezag belast, nadat het gezag van de moeder in 2022 is beëindigd. De stiefmoeder zorgt samen met de vader sinds 2019 voor het kind. De rechtbank stelt vast dat aan de wettelijke voorwaarden van artikel 1:253t BW is voldaan, waaronder de gezamenlijke zorg gedurende minimaal een jaar en het alleen gezag van de vader gedurende drie jaar.
De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde positief en benadrukte de nauwe persoonlijke betrekking van de stiefmoeder tot het kind. De rechtbank oordeelt dat geen gegronde vrees bestaat dat de belangen van het kind worden verwaarloosd bij toewijzing.
De geslachtsnaamwijziging wordt eveneens toegewezen, mede omdat het belang van het kind zich hier niet tegen verzet en het de eenheid binnen het gezin bevordert. De ambtenaar van de burgerlijke stand wordt gelast de wijziging in de geboorteakte aan te brengen.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door hoger beroep.