Uitspraak
2.De verzoeken
3.De beoordeling
terVerordening). De rechtbank zal hierbij Nederlands recht toepassen (artikel 15 lid 1 Haags Pro Kinderbeschermingsverdrag 1996).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank behandelde een verzoek om voorlopige voorzieningen in een internationaal familierechtelijk geschil tussen een vrouw en een man die in Pakistan in een huwelijk zijn getreden. De vrouw verzocht om toewijzing van de minderjarige aan haar, het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning, en vaststelling van kinder- en partneralimentatie.
De rechtbank oordeelde dat het huwelijk rechtsgeldig is en erkend wordt in Nederland. De toewijzing van de minderjarige aan de vrouw werd toegewezen omdat dit in het belang van het kind is en de man hiermee instemde. Het uitsluitend gebruik van de woning werd toegewezen aan de man vanwege zijn langere verblijf aldaar en de verstoorde relatie tussen partijen.
De rechtbank stelde kinderalimentatie vast op €466 per maand en partneralimentatie op €124 per maand, gebaseerd op het inkomen van de man en de behoefte van de vrouw en het kind. Het verzoek van de vrouw tot uitsluitend gebruik van de woning werd afgewezen. De voorzieningen gelden tot het einde van de echtscheidingsprocedure.
Uitkomst: De vrouw krijgt de toewijzing van de minderjarige, de man het uitsluitend gebruik van de woning, en de man moet kinderalimentatie van €466 en partneralimentatie van €124 per maand betalen.