Eiser, die mobiliteitsproblemen ervaart en beschikt over een Valys-pas, heeft een aanvraag ingediend voor een hoog persoonlijk kilometerbudget (HPKB) om meer kilometers met de taxi te kunnen reizen. De aanvraag werd door verweerder afgewezen omdat eiser, ondanks zijn medische aandoeningen, geacht wordt met de trein te kunnen reizen. In bezwaar handhaafde verweerder de afwijzing, mede omdat eiser in het bezit is van een gehandicaptenparkeerkaart als bestuurder.
Eiser stelde beroep in tegen deze afwijzing en voerde onder meer aan dat hem het recht op een hoorzitting was onthouden en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat het hoorrecht niet was geschonden omdat eiser uiteindelijk zijn verzoek tot hoorzitting had ingetrokken en hij zijn standpunten voldoende had kunnen toelichten tijdens de procedure.
Verder stelde de rechtbank vast dat het besluit voldoende was gemotiveerd en dat het Indicatieprotocol hoog persoonlijk kilometerbudget als grondslag geldt, waarin expliciet is opgenomen dat bezit van een gehandicaptenparkeerkaart als bestuurder uitsluit dat men recht heeft op een HPKB. De onjuiste vermelding van een OV-begeleiderskaart in het medisch advies deed hieraan niet af.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, bevestigde de afwijzing van de aanvraag en wees het verzoek om griffierecht en proceskostenvergoeding af.