Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
,verweerder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Eiseres vroeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) individuele begeleiding aan, welke door het college werd toegewezen. Na bezwaar tegen dit primaire besluit stelde eiseres het college meerdere malen in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar. Uiteindelijk stelde het college een dwangsom vast en wees het bezwaar ongegrond.
Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar en tegen het bestreden besluit. De rechtbank stelde vast dat het college alsnog een besluit op bezwaar had genomen, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang. Ook het beroep tegen het bestreden besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het geschil betrekking had op een reeds verstreken periode en geen toekomstig belang opleverde.
Verder werd het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat de termijn niet was overschreden door een bijzondere omstandigheid, namelijk een mediationtraject. Het door eiseres betaalde griffierecht werd door het college vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen en tegen het bestreden besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.