ECLI:NL:RBZWB:2025:8914

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
15 december 2025
Zaaknummer
C/02/441266 / JE RK 25-1924
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • Verschoor-Bergsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 7 lid 1 Brussel II-terArt. 15 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en kwetsbare opvoedomgeving

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 december 2025 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen van 9 december 2025 tot 9 december 2026. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging vanwege zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind, met name door de problematische opvoedomgeving en het aanstaande vrijlaten van de vader uit detentie.

De ouders, beiden van Poolse nationaliteit, zijn het niet eens met het verzoek. De moeder stelt dat het goed gaat met het kind en dat een ondertoezichtstelling niet langer nodig is. De vader is eveneens tegen verlenging. De Raad voor de Kinderbescherming adviseert echter de verlenging toe te wijzen vanwege onvoldoende openheid en transparantie van de ouders en de kwetsbaarheid van de situatie.

De kinderrechter oordeelt dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en Nederlands recht van toepassing is. De ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk omdat de ontwikkelingsbedreiging nog niet is opgeheven. De moeder is onvoldoende transparant en heeft veiligheidsafspraken geschonden, wat leidde tot een fysieke escalatie in aanwezigheid van het kind. De vader is in detentie maar zal naar verwachting in maart 2026 vrijkomen, wat extra risico's met zich meebrengt.

De kinderrechter concludeert dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn bereikt en dat de situatie te kwetsbaar is om over te gaan naar vrijwillige hulpverlening. Daarom wordt de ondertoezichtstelling verlengd en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard om directe uitvoering te waarborgen.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd voor een jaar vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging en kwetsbare opvoedomgeving.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/441266 / JE RK 25-1924
Datum uitspraak: 5 december 2025
Beschikking verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
STICHTING LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,gevestigd te Eindhoven ,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI),
betreffende
[minderjarige 1], geboren op [geboortedag] 2023 te [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. Wouters te Middelburg,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
verblijvende in de Penitentiaire Inrichting te [locatie] ,
advocaat: mr. C.E.J.E. Kouijzer te Middelburg.
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg ,
hierna te noemen: de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift van de GI van 27 oktober 2025 met bijlagen, ontvangen op 27 oktober 2025.
1.2.
Het verzoek is mondeling behandeld op 5 december 2025, gelijktijdig met het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige 2] (met zaaknummer: C/02/442411 / JE RK 25-2108). Op dit verzoek wordt bij separate beschikking beslist.
1.3.
Tijdens de zitting met gesloten deuren waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk in de Poolse taal;
- de vader, bijgestaan door zijn waarnemend advocaat, mr. M. Kalle, en een tolk in de Poolse taal;
- twee vertegenwoordigsters van de GI;
- een vertegenwoordigster van de Raad.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .
2.2.
[minderjarige 1] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 26 september 2023 is (de toen nog ongeboren) [minderjarige 1] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 26 september 2023 en tot 26 september 2024. Deze maatregel is daarna steeds verlengd, voor het laatst bij beschikking van 25 november 2024, met ingang van 9 december 2024 en tot 9 december 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] te verlengen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft het verzoek. De ondertoezichtstelling blijft noodzakelijk om de veiligheid en de ontwikkeling van [minderjarige 1] te waarborgen. De komende tijd wil de GI een plan opstellen voor als de vader weer vrijkomt. Hier waren voorheen veel zorgen over. De ouders zochten elkaar tegen de afspraken in op en hierdoor is onder meer een fysieke escalatie in het bijzijn van [minderjarige 1] ontstaan. Ook woont de moeder sinds afgelopen zomer weer op zichzelf met [minderjarige 1] . Dit wil de GI de komende tijd blijven monitoren, omdat het patroon van een gebrek aan eerlijkheid en transparantie nog niet geheel is doorbroken. Naast het contact met de vader is de moeder ook niet eerlijk geweest over haar financiën.
4.2.
De moeder stemt niet in met het verzoek. Het gaat erg goed met [minderjarige 1] en zij ontwikkelt zich adequaat bij de moeder thuis. Van een ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] is dan ook geen sprake. Bovendien accepteert de moeder de hulpverlening, komt zij haar afspraken na en is er al een veiligheidsplan opgesteld voor als de vader weer vrijkomt. Een ondertoezichtstelling is daarom niet langer nodig.
4.3.
De vader stemt niet in met het verzoek. Er is geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging bij [minderjarige 1] en er is dus geen reden om de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] voort te zetten.
4.4.
De Raad adviseert het verzoek toe te wijzen. De zorgen zien niet zo zeer op de ontwikkeling van [minderjarige 1] , maar meer op de opvoedomgeving en de patronen van de ouders waarbij zij onvoldoende open en transparant zijn. Ondanks dat het nu goed lijkt te gaan bij de moeder thuis, acht de Raad de situatie nog te pril om deze in het vrijwillig kader voort te zetten, zeker nu de vader op korte termijn vrijkomt. Als de GI hier een plan voor heeft opgesteld en de ouders daar hun medewerking aan verlenen, kan er worden gekeken of het mogelijk is om de hulpverlening af te schalen en over te dragen naar het vrijwillig kader.

5.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
5.1.
De kinderrechter constateert dat de vader, de moeder en [minderjarige 1] de Poolse nationaliteit hebben. Dit brengt mee dat deze zaak een internationaal karakter heeft, waardoor de kinderrechter (ambtshalve) dient te beoordelen of haar in deze zaak rechtsmacht toekomt. Indien dit het geval is, dient de kinderrechter het toepasselijk recht te bepalen.
5.2.
Op grond van artikel 7 lid 1 van Pro de verordening Brussel II-ter zijn ter zake van de ouderlijke verantwoordelijkheid bevoegd de gerechten van de lidstaat op het grondgebied waarvan de minderjarige zijn of haar haar gewone verblijfplaats heeft op het tijdstip dat de zaak bij het gerecht aanhangig wordt gemaakt.
5.3.
Nu de gewone verblijfplaats van [minderjarige 1] in Nederland is gelegen, komt de Nederlandse kinderrechter rechtsmacht toe. Nu de Nederlandse kinderrechter bevoegd is om op het verzoek te beslissen, zal op grond van artikel 15 van Pro het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 het Nederlands recht op het verzoek worden toegepast.
Inhoudelijke beoordeling
5.4.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1] Daarom zal de kinderrechter het verzoek van de GI toewijzen en de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] verlengen voor de verzochte duur, met ingang van 9 december 2025 en tot 9 december 2026. De kinderrechter legt hieronder uit waarom hij deze beslissing neemt.
5.5.
Op basis van de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige 1] nog steeds ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd. De zorgen over [minderjarige 1] zien vooral op haar opvoedomgeving. [minderjarige 1] heeft vanaf haar geboorte met de moeder in een moederkindhuis verbleven. Aldaar was er sprake van een positieve ontwikkeling. De moeder was met duidelijke aansturing goed in staat om in de behoeften van [minderjarige 1] te voorzien en werkte voldoende mee aan de adviezen. Sinds juli 2025 is de moeder samen met [minderjarige 1] een eigen woning betrokken en is de begeleiding vanuit het moederkindhuis in ambulante vorm voortgezet. Sindsdien is de positieve ontwikkeling gestagneerd. Zo is de moeder onvoldoende open en transparant geweest richting de GI en de hulpverlening en heeft zij tegen de veiligheidsafspraken in meermaals contact gehad met de vader. Dit heeft onder meer geleid tot een fysieke escalatie tussen de ouders, waarbij de veiligheid van de op dat moment aanwezige [minderjarige 1] in het geding was. Inmiddels verblijft de vader al enige tijd in detentie, maar er zijn veel zorgen over hoe dit zich zal voortzetten als hij binnenkort, naar verwachting in maart 2026, weer vrijkomt. De moeder lijkt niet tegen de vader te zijn opgewassen. Verder zijn er zorgen over de sociaal-emotionele ontwikkeling van [minderjarige 1] . Mede vanwege de detentie van de vader en de moeizame verstandhouding van de ouders is er al lange tijd geen fysiek contact tussen [minderjarige 1] en de vader geweest en heeft [minderjarige 1] nog geen gezonde, stabiele gehechtheidsrelatie met de vader kunnen opbouwen.
5.6.
Gezien de hiervoor beschreven zorgen komt de kinderrechter tot de conclusie dat de doelen van de ondertoezichtstelling nog niet zijn behaald. De kinderrechter is van oordeel dat de ouders op dit moment onvoldoende in staat zijn om onder eigen verantwoordelijkheid de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] weg te nemen en de hulpverlening te accepteren. Juist vanwege de zeer ingrijpende gebeurtenissen binnen het gezin de afgelopen jaren, de moeizame verstandhouding van de ouders én de omstandigheid dat de vader binnenkort weer vrijkomt, vindt de kinderrechter de situatie op dit moment nog te kwetsbaar om in het vrijwillig kader voort te zetten. Er moet voorlopig nog zicht blijven op de ontwikkeling van [minderjarige 1] . Dit maakt het noodzakelijk dat de betrokkenheid van de GI de komende tijd wordt voortgezet, zodat de GI strakke regie kan blijven voeren, de benodigde hulpverlening en ondersteuning blijft inzetten en de belangen van [minderjarige 1] voorop blijft stellen.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.7.
De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren omdat het voor de ontwikkeling van [minderjarige 1] noodzakelijk is dat de beslissing ondanks een eventueel hoger beroep meteen uitgevoerd kan worden.
5.8.
Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] voor de duur van een jaar, met ingang van 9 december 2025 en tot 9 december 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2025 door mr. Verschoor-Bergsma, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. de Haas als griffier, en op schrift gesteld op 12 december 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.