Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
2. samen met anderen 33,44 gram cocaïne voorhanden heeft gehad;
3. samen met anderen een ringdeurbel en 1 of meer tablets heeft weggenomen bij de Mediamarkt. Subsidiair is dit tenlastegelegd als de heling van die ringdeurbel en tablets.
3.De voorvragen
4.De procesafspraken
- het Openbaar Ministerie zal requireren tot een bewezenverklaring en kwalificatie van de feiten zoals in bijlage A weergegeven;
- het Openbaar Ministerie zal requireren tot een strafoplegging van een werkstraf van 160 uur en een gevangenisstraf van één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar;
- het Openbaar Ministerie zal geen ontnemingsvordering indienen;
- verdachte ziet af van het indienen van onderzoekswensen;
- door de verdediging worden geen bewijsverweren gevoerd;
- door de verdediging en het Openbaar Ministerie wordt geen hoger beroep ingesteld indien de rechtbank komt tot een bewezenverklaring en strafoplegging conform de tussen de verdachte/verdediging en het Openbaar Ministerie gemaakte afspraken;
- verdachte zal tijdens de inhoudelijke zitting aanwezig zijn, zodat zij kan worden gehoord over de procesafspraken;
- verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van de straf onttrekken.
5.De beoordeling van het bewijs
in de periode van 1 maart 2024 tot en met 12 maart 2025 in Nederland tezamen en in vereniging met een ander, meermalen telkens opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
op 12 maart 2025 te Vlissingen tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad 33,44 gram cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
primair
in de periode van 22 november 2024 tot en met 1 december 2024 te Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een ringdeurbel en 1 of meer tablets heeft weggenomen, welke goederen aan een ander dan verdachte en haar mededader toebehoorden, te weten het winkelbedrijf Mediamarkt.
6.De strafbaarheid
7.De strafoplegging
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een gevangenisstraf van 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een taakstraf van 160 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
80 dagen;
zij in of omstreeks de periode van 1 maart 2024 tot en met 12 maart 2025 te
Vlissingen , in elk geval in Nederland, en in België,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
meermalen, althans eenmaal,
(telkens) opzettelijk
heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of
verstrekt en/of vervoerd en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft
gebracht,
in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens)
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 4 Opiumwet, art 2 ahf/ond B Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )
zij op of omstreeks 12 maart 2025 te Vlissingen
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
opzettelijk
aanwezig heeft gehad
ongeveer 33,44 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende cocaïne, zijnde cocaïne
een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel
aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek
van Strafrecht )
zij meermalen, althans eenmaal, in of omstreeks de periode van 22 november 2024
tot en met 1 december 2024 te Middelburg, tezamen en in vereniging met een ander
of anderen, althans alleen,
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening een ringdeurbel en/of 1 of meer
tablets heeft weggenomen, welke goederen aan een ander dan verdachte en/of haar
mededader(s) toebehoorden, te weten het winkelbedrijf Mediamarkt;
( art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht )
zij in of omstreeks de periode van 22 november 2024 tot en met 1 december 2024 te
Vlissingen , in elk geval in Nederland,
een ringdeurbel en/of 1 of meer tablets, althans goederen heeft verworven,
voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen,
terwijl zij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van die goederen
wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
( art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht )