Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld
[aangever] heeft gedwongen tot de afgifte van airpods en jas en trui en
pinpas en identiteitskaart, die aan die [aangever] toebehoorden door
- op hem af te fietsen en daarbij toe te voegen 'nu ben jij de sjaak' of 'hij is de lul' en
- voornoemde [aangever] klem te rijden en van de fiets af te duwen waardoor die [aangever] ten val kwam en
-
hemtoe te voegen 'wij willen geld en 'wij willen barkies' en 'jij weet niet wie ik ben' en 'geef je patta's' en
- hem meermaals
tegenhet hoofd en/of het lichaam te slaan en te stompen en
tetrappen en/of te schoppen en
- voornoemde [aangever] aan te geven dat hij aan de jas van
een van deverdachte
nmoest voelen
waar een hard voorwerp in zat en daarbij toe te voegen 'je weet wat we hebben, als je maar een woord zegt dan gebruiken we het’;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een werkstraf van 90 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
45 dagen;
[aangever]van
€ 3.851,55, waarvan € 851,55 aan materiële schade en € 3.000,-- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 3 november 2023 tot aan de dag der voldoening;
€ 3.851,55te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf
S. Tempel, allen kinderrechters, in tegenwoordigheid van R. Rozendaal, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 16 december 2025.