ECLI:NL:RBZWB:2025:8953
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van een naheffingsaanslag Bpm en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn
In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende, een B.V., tegen de uitspraak op bezwaar van de inspecteur van de belastingdienst beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag in de belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) opgelegd van € 7.251, welke door belanghebbende werd betwist. De rechtbank heeft op 4 november 2025 de zaak behandeld, waarbij belanghebbende werd vertegenwoordigd door mr. M.U. Sahin en de inspecteur door twee inspecteurs. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag onterecht was en vermindert deze tot € 5.349. Tevens wordt een immateriële schadevergoeding van € 1.500 toegekend aan belanghebbende wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. De rechtbank concludeert dat de inspecteur het griffierecht moet vergoeden en dat belanghebbende recht heeft op een vergoeding van haar proceskosten, die in totaal € 3.108 bedraagt. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.