ECLI:NL:RBZWB:2025:8954
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onjuiste taxatiemethode en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Land Rover Range Rover Sport en betaalde €25.295. De inspecteur legde een naheffingsaanslag van €9.793 op, die na bezwaar werd verminderd met €7.371. De rechtbank oordeelt dat het gebruikte taxatierapport niet voldoet aan de wettelijke eisen omdat het niet binnen één maand voor de RDW-keuring is opgesteld, waardoor de forfaitaire koerslijstmethode van toepassing is.
De rechtbank stelt de handelsinkoopwaarde vast op €82.035 en de verschuldigde BPM op €26.993, waartegenover reeds betaalde BPM staat, zodat de naheffingsaanslag wordt verlaagd naar €1.698. Daarnaast is de redelijke termijn voor de afhandeling van het bezwaar met acht maanden overschreden, waardoor belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van €1.000, waarvan €125 voor rekening van de inspecteur en €875 voor de Staat.
De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar, veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten, en wijst een hogere proceskostenvergoeding toe. De uitspraak is gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens en is openbaar gemaakt op 16 december 2025.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot €1.698 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.