5.3.Het oordeel van de rechtbank
Voor de beoordeling van het beroep op noodweer(exces) stelt de rechtbank op basis van het dossier en het onderzoek op zitting allereerst de volgende feiten en omstandigheden vast.
Feiten en omstandighedenOp 9 december 2022 komen de vrienden [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] samen in de woning van [medeverdachte 2] om een voetbalwedstrijd te kijken. [naam] hoort ook bij de vriendengroep en is ook aanwezig. De vriendengroep weet van de problemen van [naam] met haar ex-vriend [slachtoffer] , die [naam] volgens haar zeggen lastig blijft vallen. De vorige avond nog heeft [naam] geappt met [medeverdachte 3] dat ze 112 gaat bellen, omdat [slachtoffer] er weer is. [medeverdachte 3] reageert dat ze binnen moet blijven en als [naam] appt dat ze haar vader wakker gaat maken, reageert [medeverdachte 3] dat ze niemand wakker moet maken. Als [slachtoffer] naar de deur komt, komt [medeverdachte 3] namelijk gelijk en maakt hij hem kapot. Tot een confrontatie komt het die nacht niet.
Op 9 december 2022 iets voor 21:00 uur chat [medeverdachte 3] naar [medeverdachte 2] : Na de wedstrijd gaan wij [slachtoffer] kapot slaan. Als [medeverdachte 2] reageert met ”Waar” chat [medeverdachte 3] dat ze (rechtbank: hem) eerst op zoeken, maar vanavond gaat hij kapot. Met de telefoon van [medeverdachte 1] bericht [medeverdachte 3] [slachtoffer] rond dezelfde tijd dat [naam] het straks wel uit wil praten met [slachtoffer] . Tijdens de wedstrijd zeggen [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] dat ze [slachtoffer] gaan slaan en pakken en zijn daar heel serieus over.
Na de wedstrijd rijdt de vriendengroep inclusief [naam] naar een voetbalveldje in Woudrichem waar [naam] via de telefoon van [medeverdachte 1] de concrete afspraak met [slachtoffer] maakt. Bij het voetbalveldje laten ze wapens aan elkaar zien en worden wapens gewisseld. [medeverdachte 2] geeft een ploertendoder aan [verdachte] en [verdachte] geeft een gaspistool aan [medeverdachte 2] . Op dat voetbalveldje hebben [verdachte] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] nader besproken dat ze [slachtoffer] wilden insluiten en hem wilden slaan. Vervolgens rijden [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] (in de Golf 7 van [medeverdachte 1] ), [medeverdachte 3] en [naam] (in de Golf 6 van [medeverdachte 3] ) en [verdachte] en [medeverdachte 4] (in de Lupo van [medeverdachte 4] ) naar de afgesproken ontmoetingsplek met [slachtoffer] : het tankstation in Giessen.
Bij het tankstation stapt [naam] bij [slachtoffer] in de auto, waarna [slachtoffer] meteen weg rijdt. Het is dan inmiddels 10 december 2022 00:09 uur. De drie auto’s met de vrienden rijden er meteen achteraan. Het was namelijk hun bedoeling dat [naam] met [slachtoffer] in zijn auto bij het tankstation zou blijven. Tijdens de daarop volgende achtervolging hebben [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 4] het meeste zicht op wat er in de auto van [slachtoffer] gebeurt, omdat de auto met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] gaandeweg wat achterop raakt.
[verdachte] en [medeverdachte 3] zien tijdens het rijden op enig moment een been van [naam] buiten de auto en [verdachte] ziet ook dat [naam] wordt geslagen door [slachtoffer] . Na ruim 10 minuten wordt [slachtoffer] op het industrieterrein van Giessen klemgereden met de auto van [medeverdachte 3] ervoor en de auto met [verdachte] en [medeverdachte 4] er achter. De auto van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] komt wat later aan.
Na het klem rijden, loopt [medeverdachte 3] naar de bijrijderskant van de auto van [slachtoffer] en [verdachte] en [medeverdachte 4] naar de bestuurderskant. [slachtoffer] heeft op dat moment nog een arm om de keel van [naam] en [verdachte] ziet bloed bij haar lippen. [medeverdachte 4] opent het bestuurdersportier en slaat [slachtoffer] een paar keer en [medeverdachte 3] sleurt [naam] uit de auto om bij [slachtoffer] te komen. Die heeft ondertussen zijn deur dichtgedaan, waarna [verdachte] met een ploertendoder de ruit inslaat. Als [naam] al uit de auto is, gaan [medeverdachte 3] en [verdachte] [slachtoffer] meppen. [verdachte] met de ploertendoder en [medeverdachte 3] met zijn vuisten. [slachtoffer] doet niets terug. Na ongeveer 15 seconden stoppen [verdachte] en [medeverdachte 3] en stapt [slachtoffer] uit de auto. [medeverdachte 2] schiet dan een paar keer met een gaspistool in de lucht en als [slachtoffer] wegrent ook nog in de lucht in de richting van [slachtoffer] .
De vriendengroep inclusief [naam] rijdt dan naar Brakel en bij een veldje in Brakel praten ze nog wat na. [naam] wordt vervolgens door [medeverdachte 1] (met [medeverdachte 2] ) teruggebracht naar haar huis.
Strafbaarheid feit
Noodweer?Volgens vaste jurisprudentie is voor noodweer vereist dat de verdediging is gericht tegen een "ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding". Van een "ogenblikkelijke" aanranding is ook sprake bij een onmiddellijk dreigend gevaar voor een aanranding. De enkele vrees voor zo'n aanranding is daartoe echter niet voldoende. De situatie moet in redelijkheid beschouwd zodanig bedreigend zijn voor de verdachte, dat deze kan worden aangemerkt als een ogenblikkelijke aanranding als hiervoor bedoeld. De situatie moet dus een zekere objectieve toetsing kunnen doorstaan; er moet in de ogen van een derde of naar uiterlijke verschijningsvorm beschouwd sprake zijn van een onmiddellijke dreiging.
a.
Op het moment dat [naam] nog met [slachtoffer] in zijn tot stilstand gedwongen auto zit en [slachtoffer] een van zijn armen om haar keel heeft geklemd, is er naar het oordeel van de rechtbank nog sprake van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding waartegen enig maar dan wel gepast geweld gebruikt mag worden. Voor dat openlijk geweld - de door [medeverdachte 4] uitgedeelde klappen - komt verdachte en zijn mededaders een geslaagd beroep op noodweer toe, waardoor dat geweld niet strafbaar is. Daarvoor zal verdachte worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
b.
Vanaf het moment dat [naam] uit de auto van [slachtoffer] is, is er echter geen sprake meer van een onmiddellijke wederrechtelijke aanranding. Over een toen nog dreigend gevaar voor een (verdere) aanranding heeft geen van de vrienden verklaard en daarvan is ook overigens niet gebleken. Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het toen nog gevolgd geweld uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Strafbaarheid verdachte
Noodweerexces?Volgens vaste jurisprudentie is voor een geslaagd beroep op noodweerexces na beëindiging van de onmiddellijke wederrechtelijke aanranding vereist dat de noodzaak tot verdediging er wel was geweest (maar niet meer bestond), maar de gedragingen niettemin het onmiddellijk gevolg waren van een hevige gemoedsbeweging die was veroorzaakt door de daaraan voorafgaande wederrechtelijke aanranding.
Uit het wettelijke vereiste dat de gedraging het "onmiddellijk gevolg" moet zijn van een hevige gemoedsbeweging die is veroorzaakt door een wederrechtelijke aanranding, volgt dat aannemelijk moet zijn dat de aldus veroorzaakte gemoedsbeweging van doorslaggevend belang is geweest voor de verweten gedraging. Niet is uitgesloten dat andere factoren mede hebben bijgedragen aan het ontstaan van die hevige gemoedsbeweging. Aan het gevolgvereiste is echter niet voldaan indien de hevige gemoedsbeweging in essentie is terug te voeren op een eerder bestaande emotie, zoals een reeds bestaande kwaadheid jegens het slachtoffer. Naar het oordeel van de rechtbank is dat hier het geval.
De reeds bestaande kwaadheid van [medeverdachte 3] richting [slachtoffer] blijkt overduidelijk uit zijn appberichtjes naar [naam] de avond van 8 december 2022 en wordt bevestigd door zijn chat met [medeverdachte 2] op 9 december 2022 rond 21:00 uur. Dat die kwaadheid wordt gedeeld door [medeverdachte 2] blijkt uit zijn reactie. Hij neemt er namelijk geen afstand van en probeert [medeverdachte 3] ook niet op andere gedachten te brengen, maar vraagt simpelweg: “Waar.” Dat ook [verdachte] en [medeverdachte 4] al kwaad waren op [slachtoffer] volgt uit hun gesprek met [medeverdachte 3] tijdens de wedstrijd, waarin ze serieus bespreken dat ze [slachtoffer] gaan slaan en pakken. Dit voornemen wordt nog concreter besproken bij een voetbalveldje in Woudrichem. Ze zijn zelfs zo kwaad dat twee van de vier - [verdachte] en [medeverdachte 2] - een wapen meenemen naar de ontmoeting (van [naam] ) met [slachtoffer] . Daarom slaagt het beroep op noodweerexces niet en zijn verdachte en zijn mededaders strafbaar. Er is ook overigens niet gebleken van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
Feit 2
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Er is niet gebleken van een omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte uitsluit, zodat hij strafbaar is.