ECLI:NL:RBZWB:2025:9020
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- van Gessel
- Rechtspraak.nl
Geen omgangsregeling tussen moeder en minderjarige, regie bij minderjarige
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen een moeder en haar minderjarige kind. Eerder was het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd en was een gecertificeerde instelling tot voogd benoemd. Tevens was een bijzondere curator aangesteld om de belangen van de minderjarige te behartigen.
De bijzondere curator bracht verslag uit waarin werd geconcludeerd dat de minderjarige contact met zijn moeder wenst, maar dit langzaam en op eigen tempo wil opbouwen vanwege boosheid en onbeantwoorde vragen. De bijzondere curator adviseerde geen vaste omgangsregeling vast te leggen, maar de regie hierover bij de minderjarige zelf te leggen. De Raad voor de Kinderbescherming, de moeder, de voogd en andere betrokkenen stemden in met dit advies.
De rechtbank volgde dit advies en besloot geen omgangsregeling vast te stellen. De minderjarige krijgt de vrijheid om zelf te bepalen of en hoe hij contact met zijn moeder wil onderhouden, eventueel met begeleiding van de voogd. De bijzondere curator werd ontslagen uit haar functie voor deze procedure. De rechtbank benadrukte het belang van ondersteuning van de moeder bij het beantwoorden van vragen van de minderjarige en het evalueren van de omgang.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken op 18 december 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank stelt geen omgangsregeling vast en legt de regie over eventuele omgang bij de minderjarige zelf.