ECLI:NL:RBZWB:2025:9053

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
15 oktober 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
24/7017 T
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenuitspraak inzake aanvraag vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

In deze tussenuitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant, gedateerd 15 oktober 2025, wordt de aanvraag van eiseres voor een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) behandeld. Eiseres, die beperkingen ondervindt bij het zitten, heeft een aanvraag ingediend voor een auto die geschikt is voor liggend vervoer. De Bevelanden, verweerder in deze zaak, heeft de aanvraag afgewezen, stellende dat er geen medische noodzaak is voor liggend vervoer en dat de kosten voor de aanschaf van een auto algemeen gebruikelijk zijn. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld, waarbij zij stelt dat de regionale vervoersbehoefte niet goed in kaart is gebracht en dat zij afhankelijk is van liggend vervoer.

De rechtbank oordeelt dat de Bevelanden de regionale vervoersbehoefte van eiseres onvoldoende heeft onderzocht. De rechtbank wijst erop dat de Bevelanden nader onderzoek moet doen naar de vervoersbehoefte en -mogelijkheden van eiseres, en dat het niet duidelijk is wat de medische adviezen precies inhouden met betrekking tot liggend of half liggend vervoer. De rechtbank geeft de Bevelanden de gelegenheid om het gebrek in het bestreden besluit te herstellen en stelt een termijn van zes weken voor dit onderzoek. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak op het beroep.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7017 T

tussenuitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,

(gemachtigde: mr. M. Tracey),
en
het dagelijks bestuur van gemeenschappelijke regeling Samenwerking de Bevelanden, de Bevelanden, verweerder,
(gemachtigden: mr. A.G. van Binnendijk en [gemachtigde] ).

Procesverloop

1.1.
Met het besluit van 7 maart 2024 (het primaire besluit) heeft de Bevelanden de aanvraag van eiseres om een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) afgewezen.
1.2.
In het besluit van 29 augustus 2024 (bestreden besluit) heeft de Bevelanden het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
1.3.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.4.
De Bevelanden heeft een verweerschrift ingediend.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 3 september 2025 op zitting behandeld. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en haar [echtgenoot] . De Bevelanden heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.

Overwegingen

Totstandkoming van het bestreden besluit
2.1.
Eiseres heeft onder meer beperkingen in zitten. Zij heeft met haar echtgenoot daarom een auto van het model Renault Megane Scenic met aanpassingen: een speciaal matras en gordels. In 2011 is daarvoor een pgb van € 6.2858,55 verstrekt. Daarnaast heeft zij een handbewogen (inklapbare) rolstoel. Omdat de auto volgens eiseres is afgeschreven, heeft zij verzocht om (een tegemoetkoming in de aanschaf van) een (tweedehands) auto, die geschikt is of met aanpassingen geschikt gemaakt kan worden voor liggend vervoer.
2.2.
De Bevelanden heeft op 23 november 2023 een huisbezoek afgelegd.
2.3.
Op 8 januari 2024 heeft [verzekeringsarts] van [adviesbureau 1] een medisch advies uitgebracht. [verzekeringsarts] heeft onder meer gerapporteerd: ‘Betrokkene geeft aan maximaal 60 (minuten) te kunnen zitten, wel met negatieve gevolgen voor haar klachten, kan wel een kwartier blijven zitten, zonder redelijke gevolgen.’ Op de vraag of eiseres in staat is om gebruik te maken van collectief vervoer antwoordt [verzekeringsarts] : ‘Dit is, gelet op de aanwezige problematiek met betrekking tot zitten, geen structurele oplossing voor haar.’ En op de vraag of eiseres in staat is om gebruik te maken van een auto half liggend op de passagiersstoel: ‘Dit is voor betrokkene geen goede houding, ze dient liggend te kunnen worden vervoerd.’
2.4.
Eiseres heeft op 27 februari 2024 een aanvraag voor een maatwerkvoorziening ingediend.
2.5.
Met het primaire besluit van 7 maart 2024 heeft de Bevelanden deze aanvraag afgewezen. De Bevelanden stelt dat vanuit de Wmo geen vergoeding mogelijk is voor de aanschaf van een auto. Dit zijn algemeen gebruikelijke kosten. Uit onderzoek is gebleken dat de ondersteuningsvraag van eiseres zich richt op het bovenregionale vervoer. Vanuit de Wmo wordt alleen regionaal vervoer ondersteund. Hierin ervaart eiseres geen probleem. Het bovenregionale vervoer wordt geregeld door Valys. Eiseres kan zich hiervoor melden bij Valys. Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt.
Bestreden besluit
2.6.1.
Met het bestreden besluit van 29 augustus 2024 heeft de Bevelanden het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.6.2.
De Bevelanden is niet overtuigd van de regionale vervoersbehoefte van eiseres. Eiseres heeft tijdens het huisbezoek aangegeven dat ze gedurende de dag in bed ligt, weinig buitenshuis komt en zich niet verplaatst op middellange afstand. De Bevelanden stelt dat in het advies van [adviesbureau 1] is aangegeven dat eiseres een kwartier redelijk zonder gevolgen kan blijven zitten. Wat de nadelige gevolgen zijn als eiseres een uur of langer moet zitten heeft eiseres niet onderbouwd. [adviesbureau 1] heeft dat verder niet onderzocht omdat toekenning van een Wmo-voorziening is beperkt tot vervoer over korte afstand en niet gericht op bovenregionaal vervoer. In het medisch advies van [adviesbureau 1] wordt gesteld dat eiseres an sich in staat is om gebruik te maken van een scootmobiel, maar dat zij door haar probleem met zitten beperkt wordt in het adequaat gebruik hiervan qua tijdsduur. De klantmanager heeft met eiseres de mogelijkheden besproken om te onderzoeken of er een geschikte rolstoelvoorziening mogelijk is, maar eiseres vindt dit geen passende oplossing en heeft aangegeven dit niet te willen.
2.6.3.
Uit de verklaringen van eiseres tijdens het huisbezoek en de hoorzitting is gebleken dat bij korte afstanden de rugleuning van de passagiersstoel achterover of in half liggende stand wordt gezet, maar geen gebruik wordt gemaakt van de aanpassing/het matras. Alleen wanneer eiseres afstanden van meer dan een uur moet afleggen, wordt de passagiersstoel omgebouwd tot bed. In dat geval is echter sprake van bovenregionaal vervoer en is er geen ruimte voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo. De Bevelanden compenseert alleen afstanden tot 30 kilometer. Alleen al om deze reden komt eiseres niet in aanmerking voor een vervoersvoorziening in de vorm van een aangepaste auto.
2.6.4.
De Bevelanden stelt verder dat de voorziening in de vorm van de aanschaf van een auto algemeen gebruikelijk is en er om die reden geen maatwerkvoorziening hoeft te worden verstrekt. Van eiseres wordt dan verwacht hier zelf over te kunnen beschikken.
2.6.5.
De Bevelanden ziet geen reden voor toepassing van de hardheidsclausule. In 2011 is met toepassing van de hardheidsclausule wel een voorziening toegekend. De Bevelanden ziet daarin geen aanleiding om de hardheidsclausule nogmaals toe te passen. Eiseres heeft destijds afgezien van voorzieningen als een elektrische rolstoel en scootmobiel en heeft nu opnieuw aangegeven geen behoefte te hebben aan genoemde middelen. Daarbij betrekt de Bevelanden dat is gebleken dat de auto nauwelijks wordt gebruikt en niet is gebleken van een noodzaak om de beperkingen van eiseres te compenseren met de gevraagde voorziening.
Beroepsgronden
3.1.
Volgens eiseres stelt de Bevelanden ten onrechte dat er geen medische noodzaak is voor liggend vervoer in de regio. [adviesbureau 1] heeft gerapporteerd dat eiseres half liggend geen gebruik kan maken van de auto. Dit is geen goede houding. Eiseres dient liggend te worden vervoerd. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres een rapportage van [medisch adviseur/arts] van [adviesbureau 2] van 5 maart 2025 overgelegd. [medisch adviseur/arts] concludeert ook dat eiseres voor lokaal vervoer is aangewezen op liggend vervoer. Half liggend is geen geschikte houding voor eiseres.
3.2.
Eiseres is niet in staat langer dan 10 à 15 minuten te zitten. Dat geldt ook voor zitten in een rolstoel of scootmobiel. Afwijzing van deze vervoersmiddelen bevestigt de liggende vervoersbehoefte.
3.3.
Eiseres stelt dat de Bevelanden ten onrechte de regionale vervoersbehoefte niet in kaart heeft gebracht. Vanwege haar medische problematiek is eiseres voor vrijwel alle bewegingen afhankelijk van de auto. De vervoersbewegingen en -frequenties zijn dusdanig hoog dat de Bevelanden niet kan stellen dat aanpassing van een andere auto algemeen gebruikelijk is. Eiseres benadrukt dat als zij ergens heen gaat, zij niet alleen de heenreis maar ook de terugreis maakt. Bij een medisch consult ligt er tussen de heen- en terugreis een tijdsbestek van ongeveer een uur. Als zij in de regio ook rechtop zou worden vervoerd en tijdens het consult ook rechtop zit, dan duurt het dagen voordat eiseres hersteld is.
3.4.
De stoel in de nog aan te schaffen auto zou het mogelijk moeten maken dat eiseres liggend kan worden vervoerd. Bovendien moet de andere auto voldoende ruimte hebben om de rolstoel in te vervoeren. Ook dat maakt de aanschaf duurder.
Toetsingskader
4. De wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
Oordeel van de rechtbank
5.1.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of de Bevelanden op goede gronden geweigerd heeft een maatwerkvoorziening – een vervoersvoorziening voor de kosten van aanschaf van een auto met aanpassingen – te verstrekken.
De periode die beoordeeld moet worden loopt vanaf de datum van de aanvraag tot de datum van het bestreden besluit. Dit betekent dat de te beoordelen periode in dit geval loopt van
27 februari 2024 tot 29 augustus 2024.
Stappenplan beoordeling aanvraag maatwerkvoorziening
5.2.
Bij een aanvraag om een maatwerkvoorziening ligt het op de weg van de Bevelanden onderzoek te doen. Daarbij geldt, gelet op rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB), het volgende stappenplan [1] :
De Bevelanden moet allereerst vaststellen wat de hulpvraag van eiseres is (stap 1). Vervolgens moet de Bevelanden vaststellen welke beperkingen eiseres ondervindt bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie (stap 2). Daarna zal de Bevelanden moeten bepalen welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren aan de zelfredzaamheid of participatie van eiseres (stap 3). Ook moet worden bekeken in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen eiseres de nodige hulp en ondersteuning kunnen bieden (stap 4). Pas als die mogelijkheden ontoereikend zijn, moet de Bevelanden een maatwerkvoorziening verlenen.
Onderzoek de Bevelanden
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank is duidelijk wat de hulpvraag van eiseres is. Eiseres wenst een auto, waarin zij liggend vervoerd kan worden, met voldoende bagageruimte voor de (inklapbare) rolstoel.
5.4.
De rechtbank is echter van oordeel dat de Bevelanden de regionale vervoersbehoefte van eiseres onvoldoende heeft onderzocht. De regionale vervoersbewegingen zijn wellicht onvoldoende naar voren gekomen tijdens het huisbezoek maar zijn wel benoemd in het bezwaarschrift, en eiseres heeft dit nader uitgewerkt in beroep. De Bevelanden zal dat onderzoek nog moeten verrichten.
Daarbij zal de Bevelanden (nader) moeten onderzoeken op welke manier eiseres vervoerd moet worden. Het is de rechtbank namelijk niet duidelijk geworden wat partijen en de door hen ingeschakelde adviseurs precies bedoelen met liggend of half liggend en wat dit betekent voor de stand van de autostoel. In de praktijk werd eiseres naar eigen zeggen regionaal half liggend vervoerd zonder matras en gordels, maar zowel [adviesbureau 1] als [adviesbureau 2] hebben aangegeven dat half liggend geen goede houding is voor eiseres en dat zij liggend vervoerd moet worden. Ter zitting heeft de echtgenoot van eiseres aangegeven dat eiseres, gelet op deze adviezen, inmiddels altijd (plat) liggend wordt vervoerd.
De rechtbank acht het aangewezen dat de Bevelanden nadere vragen stelt aan [adviesbureau 1] . De vraag dient beantwoord te worden op welke manier eiseres op een juiste/medisch verantwoorde wijze in een auto vervoerd moet worden: volledig liggend (op het speciale matras) of is een andere houding ook mogelijk? [adviesbureau 1] dient daarbij aan te geven het aantal graden dat de autostoel achterover moet worden gedraaid en hoe lang eiseres die houding kan volhouden.
5.5.
Vervolgens zal de Bevelanden moeten onderzoeken of die wijze van vervoer met een reguliere autostoel in de gemiddelde auto bereikt kan worden, of dat dat alleen in een specifiek model auto en/of met aanpassingen mogelijk is. Tot slot zal de Bevelanden moeten onderzoeken of eiseres op deze wijze met de regiotaxi kan reizen.
Conclusie
5.6.
Zoals hiervoor is overwogen, is het bestreden besluit onzorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Op grond van artikel 8:51a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank het bestuursorgaan in de gelegenheid stellen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen. Op grond van artikel 8:80a van de Awb doet de rechtbank dan een tussenuitspraak. De rechtbank ziet aanleiding om de Bevelanden in de gelegenheid te stellen het gebrek te herstellen. Om het gebrek te herstellen, moet de Bevelanden nader onderzoek doen naar de (binnenregionale) vervoersbehoefte en -mogelijkheden van eiseres. De rechtbank bepaalt de termijn waarbinnen de Bevelanden het gebrek kan herstellen op zes weken na verzending van deze tussenuitspraak.
5.6.1.
De Bevelanden moet op grond van artikel 8:51b, eerste lid, van de Awb én om nodeloze vertraging te voorkomen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen twee weken, meedelen aan de rechtbank of hij gebruik maakt van de gelegenheid het gebreken te herstellen. Als de Bevelanden gebruik maakt van die gelegenheid, zal de rechtbank eiseres in de gelegenheid stellen binnen vier weken te reageren op de herstelpoging van de Bevelanden. In beginsel, ook in de situatie dat de Bevelanden de hersteltermijn ongebruikt laat verstrijken, zal de rechtbank zonder tweede zitting uitspraak doen op het beroep.
5.6.2.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan tot de einduitspraak op het beroep. Dat laatste betekent ook dat zij over de proceskosten en het griffierecht nu nog geen beslissing neemt.

Beslissing

De rechtbank:
  • draagt de Bevelanden op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te herstellen;
  • stelt de Bevelanden in de gelegenheid om binnen zes weken na verzending van deze tussenuitspraak het gebrek te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
  • houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, rechter, in aanwezigheid van
mr. H.D. Sebel, griffier op 15 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze tussenuitspraak staat nog geen hoger beroep open. Tegen deze tussenuitspraak kan hoger beroep worden ingesteld tegelijkertijd met hoger beroep tegen de (eventuele) einduitspraak in deze zaak.

Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015
Artikel 1.2.1
Een ingezetene van Nederland komt overeenkomstig de bepalingen van deze wet in aanmerking voor een maatwerkvoorziening, bestaande uit:
a. door het college van de gemeente waarvan hij ingezetene is, te verstrekken ondersteuning van zijn zelfredzaamheid en participatie, voor zover hij in verband met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk voldoende zelfredzaam is of in staat is tot participatie,
Artikel 2.3.2
4. Het college onderzoekt:
a. de behoeften, persoonskenmerken en de voorkeuren van de cliënt;
b. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te verbeteren of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
Artikel 2.3.5
3. Het college beslist tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 2.3.2 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noord-Beveland
Artikel 1. Definities
1. In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten, diensten, activiteiten of andere maatregelen;
Artikel 4. Onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren
1. Het college onderzoekt in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel zijn vertegenwoordiger en desgewenst familie, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding:
a. de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de cliënt;
b. het gewenste resultaat van het verzoek om ondersteuning;
c. de mogelijkheden om op eigen kracht of met gebruikelijke hulp of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn zelfredzaamheid of zijn participatie te handhaven of te verbeteren, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
d. de mogelijkheden om met mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of participatie, of te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
e. de behoefte aan maatregelen ter ondersteuning van de mantelzorger van de cliënt;
f. de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening of door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten te komen tot verbetering van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie, dan wel de mogelijkheden om met gebruikmaking van een algemene voorziening te voorzien in zijn behoefte aan beschermd wonen of opvang;
Artikel 7. Criteria voor een maatwerkvoorziening
1. Het college neemt het verslag als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag om een maatwerkvoorziening.
2.a. Een cliënt komt in aanmerking voor een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemeen gebruikelijke voorzieningen of algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. De maatwerkvoorziening levert, rekening houdend met de uitkomsten van het in artikel 4 bedoelde onderzoek, een passende bijdrage aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven.
2.b. Het college verstrekt geen maatwerkvoorziening Wmo aan inwoners die zelf in staat zijn om in een oplossing te voorzien.
Artikel 25. Hardheidsclausule
Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning - Versie 2023 - 2. Vervoers- en rolstoelvoorzieningen
5. Reikwijdte maatwerkvoorziening vervoer
Een hulpvrager kan een maatwerkvoorziening voor sociaal-recreatief vervoer krijgen voor zijn lokale vervoersbehoefte. Hieronder wordt verstaan het vervoer binnen het gebied van
± 15 tot 30 kilometer rondom het adres waar de persoon zijn hoofdverblijf heeft. Het bovenregionaal vervoer is een verantwoordelijkheid van de rijksoverheid en hiervoor kan bijvoorbeeld gebruik worden gemaakt van het vervoerssysteem Valys.

Voetnoten

1.bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 21 maart 2018 (ECLI:NL:CRVB:2018:819).