ECLI:NL:RBZWB:2025:9056
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken machtiging in belastingzaak
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van de ontvanger van de Belastingdienst over de kosten van een dwangbevel met betrekking tot de aanslag inkomstenbelasting 2020. Het beroepschrift is ingediend door een gemachtigde zonder dat een machtiging was bijgevoegd. De rechtbank heeft de gemachtigde tweemaal verzocht dit verzuim binnen een redelijke termijn te herstellen.
Ondanks ontvangst van de verzoeken heeft de gemachtigde geen machtiging overgelegd noch een verontschuldiging gegeven voor het verzuim. De rechtbank oordeelt daarom dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is en dat het bestreden besluit in stand blijft. De rechtbank beoordeelt het beroep niet inhoudelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Partijen is gewezen op de mogelijkheid tot verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een machtiging en het niet tijdig herstellen van dit verzuim.