ECLI:NL:RBZWB:2025:9060

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
24/6676
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.2a WSF 2000
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep op toekenning extra jaar prestatiebeurs voor lerarenopleiding

Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van DUO van 27 juni 2024, waarbij zijn verzoek om een extra jaar prestatiebeurs voor het volgen van een lerarenopleiding werd afgewezen. De rechtbank behandelde het beroep op 17 december 2025, waarbij eiser niet aanwezig was.

De rechtbank stelde vast dat de eerder toegekende extra prestatiebeurs niet was omgezet in een lening, zoals eiser veronderstelde, en dat DUO dit ook bevestigde. Eiser had een prestatiebeurs voor vier jaar ontvangen, met een extra jaar vanwege ziekte in 2017, welke na het behalen van het diploma was omgezet in een gift. Het extra jaar voor de lerarenopleiding was in gedeeltes toegekend vanwege periodes van niet-inschrijving, een vereiste voor toekenning.

DUO gaf aan dat eiser tot 31 augustus 2028 de tijd heeft om het diploma te behalen waarna het extra jaar kan worden omgezet in een gift. Het verzoek van eiser om kwijtschelding van vermeende schulden en een schadevergoeding werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat een verlenging van de prestatiebeurs vanwege een lerarenopleiding slechts eenmalig kan worden toegekend en dat geen sprake was van onbillijkheid van overwegende aard.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees het griffierecht en proceskostenvergoedingen af en wees partijen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van een extra jaar prestatiebeurs voor een lerarenopleiding wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/6676
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser,

en
De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO).

Inleiding

1.1
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van DUO van 27 juni 2024, waarbij zijn verzoek tot toekenning van een extra jaar prestatiebeurs voor het volgen van een lerarenopleiding is afgewezen.
1.2
De rechtbank heeft het beroep op 17 december 2025 op zitting behandeld. Eiser was niet aanwezig. De aangetekende uitnodiging voor de zitting die naar eiser is verzonden heeft de rechtbank retour ontvangen. Uit de BRP bleek dat eiser nog steeds ingeschreven stond op het door hem opgegeven adres. De uitnodiging is vervolgens opnieuw en per gewone post naar eiser toegezonden. DUO heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H. Bouhuys.
1.3
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2.1
De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. De rechtbank heeft uitgelegd hoe hij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2.2
Eiser wil een extra jaar studiefinanciering voor een kopopleiding toegekend krijgen. Eiser gaat ervan uit dat het eerder aan hem toegekende extra jaar prestatiebeurs wegens het volgen van een lerarenopleiding is omgezet in een lening. De rechtbank stelt vast dat dit niet is gebeurd en dat dit ook door DUO is bevestigd op zitting. DUO stelt ook terecht dat dit niet kan, omdat de prestatiebeurs op zichzelf al een rentedragende lening is die kan worden omgezet in een gift indien binnen de diplomatermijn een diploma wordt behaald.
Aan eiser is een prestatiebeurs verleend voor vier jaar. Eiser heeft in 2017 een jaar extra prestatiebeurs gekregen vanwege ziekte. Deze vijf jaar prestatiebeurs zijn na het behalen van een diploma omgezet in een gift. Eiser heeft gevraagd om een verlenging van de prestatiebeurs met een extra jaar voor het volgen van een lerarenopleiding. Dit is toegekend in gedeeltes vanaf 1 februari 2021. Op zitting is nader toegelicht dat het in gedeeltes is toegekend, omdat er periodes waren dat eiser niet was ingeschreven voor een lerarenopleiding. Dat is één van de vereisten voor de toekenning van een extra jaar. DUO heeft op zitting nogmaals toegelicht dat eiser tot 31 augustus 2028 de tijd heeft om een diploma te behalen, waarna als aan alle voorwaarden wordt voldaan het extra jaar kan orden omgezet in een gift.
Eiser heeft ook verzocht om kwijtschelding van de schuld die volgens hem is ontstaan als gevolg van eerder toegekende studiefinanciering. Eiser gaat uit van de verkeerde veronderstelling dat het extra jaar prestatiebeurs is omgezet in een lening. Op zitting is door DUO ook voldoende toegelicht dat uit artikel 5.2a van de Wet studiefinanciering 2000 (WSF) blijkt dat een verlenging vanwege inschrijving voor een lerarenopleiding slechts eenmalig kan worden toegekend. Eiser heeft daarnaast verzocht om schadevergoeding. De rechtbank ziet geen aanleiding om dat verzoek toe te wijzen. Voor zover eiser een beroep heeft gedaan op de hardheidsclausule, is niet gebleken van een onbillijkheid van overwegende aard.

Conclusie en gevolgen

3.1
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
3.2
Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025 door mr. R.J.H. van der Linden, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van Asten, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.