Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom
Procesverloop
Overwegingen
- een twijfelaar voor de minderjarige zoon van eiseres
- een tweepersoonsbed voor eiseres en haar dochter
- stoffering voor de woning (gordijnen)
- een wasdroger
- zelf aangeschafte kledingkasten
- een bankstel
- vervanging van een deur naar de woonkamer;
- herstel en montagewerkzaamheden via een klusjesman.
Tot slot is voor gebitsherstel een aanvullend bedrag toegekend.
De vergoedingen zijn vastgesteld op basis van 120% van de bedragen uit de Nibud Prijzengids 2025-2026 of op basis van door de gemeente opgevraagde offertes. Het college heeft opgenomen dat de betaling van vrijwel alle bedragen rechtstreeks zal plaatsvinden aan de betrokken leveranciers of uitvoerders, na overlegging van facturen, uiterlijk in te dienen voor 1 januari 2027.
Voor de vloer van de bovenverdieping kent het college een bedrag toe van € 1.940,36, bestaande uit € 1.664,- voor de vloer en € 276,36 voor de afwerking met plinten.
Het college heeft toegelicht dat deze bedragen zijn gebaseerd op een offerte van een onafhankelijke leverancier voor een geschikte laminaatvloer, inclusief ondervloer en de plaatsing daarvan.
Ten aanzien van de kosten voor het egaliseren merkt de rechtbank op dat tijdens de zitting van 26 juni 2025 is toegelicht dat of de vloer geëgaliseerd moet worden of er een ondervloer nodig is. Nu uit het herstelbesluit blijkt dat een ondervloer is inbegrepen in de toegekende bedragen, ziet de rechtbank geen aanleiding eiseres te volgen in haar standpunt dat het college de kosten voor het egaliseren is vergeten.
- een twijfelaar voor de minderjarige zoon van eiseres € 492,-
- een tweepersoonsbed voor eiseres en haar dochter € 660,-
- stoffering voor de woning (gordijnen) € 661,20
- een wasdroger € 726,-
- zelf aangeschafte kledingkasten € 552,-
- een bankstel € 696,-
Het college merkt hierbij op dat het gaat om maximale bedragen die na het ontvangen van de facturen rechtstreeks aan de leveranciers betaald zullen worden.
In het besluit op bezwaar van 18 juli 2024 is voor de vergoeding van het meubilair uitgegaan van de gemiddelde prijzen in de toenmalige Nibud Prijzengids. In het herstelbesluit is dit herzien op basis van de vernieuwde Nibud Prijzengids 2025-2026, waarbij 120% van die prijzen is toegekend. Het verschil tussen 100% en 120% van de eerder toegekende vergoedingen zal het college alsnog aan eiseres uitkeren:
- nacalculatie voor de betaalde vergoeding van de eettafel € 120,-
- nacalculatie voor de betaalde vergoeding van de salontafel € 26,-
Ook het vervangen en verplaatsen van de binnendeur tussen de hal en de woonkamer wordt volledig vergoed op basis van een nog op te vragen offerte bij woningcorporatie Stadslander .
Tot slot worden ook de diensten van een klusjesman voor het ophangen van de nog aan te schaffen gordijnen in de slaapkamers van de zoon en eiseres, het terug ophangen/repareren van het keukenkastdeurtje en het nalopen/vastlijmen van de bekleding op de trap volledig vergoed op basis van een nog op te vragen offerte en in overleg met de gemeente.
- Reeds door eiseres betaalde intake bij de tandarts € 100,-
- Kosten mondhygiënist € 200,-
- Tandartskosten € 3.512,51
- Mogelijk extra trekken van vier tanden en/of kiezen € 227,60
met vermindering van het eerder toegekende bedrag van € 500,-.
Daarnaast stelt eiseres dat het college ten onrechte stelt dat zij geen recht meer zou hebben op materiële vergoedingen en dat deze stelling bovendien niet is gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het herstelbesluit enkel voor zover daarin is opgenomen dat toegekende bedragen rechtstreeks worden betaald aan de betrokken leverancier of zorgverlener;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het herstelbesluit;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.267,50.