Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
- de antwoordakte van TIC.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Factris, een factormaatschappij, vordert betaling van €57.790,42 van TIC, voortvloeiend uit een cessie van vorderingen van BMD, een logistiek dienstverlener die werkzaamheden verrichtte voor TIC. De vorderingen betreffen vervoer- en opslagwerkzaamheden. De rechtbank oordeelt dat de vrachtvorderingen verjaard zijn, omdat de wettelijke termijn van één jaar is verstreken zonder stuiting. Het beroep op redelijkheid en billijkheid om verjaring te negeren faalt, mede omdat TIC steeds alle rechten heeft voorbehouden.
Ten aanzien van de opslagwerkzaamheden slaagt TIC’s beroep op verrekening met een tegenvordering wegens schade door verduistering van goederen door BMD-personeel. De schadevordering van TIC overstijgt ruimschoots het gevorderde bewaarloon, waardoor Factris niets meer te vorderen heeft. De rechtbank verwerpt het verweer van Factris over fraude en gebrek aan transparantie, en oordeelt dat Factris geen belang heeft bij inzage in aanvullende documenten.
Uiteindelijk wijst de rechtbank alle vorderingen van Factris af en veroordeelt haar in de proceskosten. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Alle vorderingen van Factris worden afgewezen wegens verjaring en geslaagd beroep op verrekening door TIC.