ECLI:NL:RBZWB:2025:9112
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WIA-uitkering wegens gebrek aan spoedeisend belang
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 22 december 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster afgewezen. Verzoekster had verzocht om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) na de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er geen spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige maatregel. Verzoekster heeft aangegeven dat haar recht op een uitkering op grond van de Ziektewet per 25 november 2025 is beëindigd en dat zij momenteel geen andere inkomsten heeft dan zorgtoeslag en kindgebonden budget. Hoewel verzoekster een bijstandsuitkering heeft aangevraagd, is de voorzieningenrechter van mening dat zij haar vaste lasten kan betalen met de ontvangen toeslagen en dat er geen financiële noodsituatie is aangetoond. De voorzieningenrechter benadrukt dat de procedure voor voorlopige voorzieningen bedoeld is om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een maatregel te treffen, en dat de spoedeisendheid daarbij een belangrijke rol speelt. Aangezien verzoekster niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij de bezwaarprocedure niet kan afwachten, wordt het verzoek afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.