ECLI:NL:RBZWB:2025:9114
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over vergoeding taxivervoer leerlingenvervoer bij structurele handicap
Eiseres heeft een vergoeding aangevraagd voor de kosten van leerlingenvervoer voor haar dochter met een autismespectrumstoornis voor het schooljaar 2024-2025. Het college wees de aanvraag af omdat de afstand tot school minder dan zes kilometer is, maar kende wel een vergoeding toe voor openbaar vervoer, niet voor taxivervoer. Eiseres maakte bezwaar en het college verklaarde dit gegrond, maar bleef weigeren taxikosten te vergoeden. Hiertegen stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank constateert dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom artikel 12, lid 1, onderdeel d van de Verordening niet van toepassing is, terwijl dit artikel bepaalt dat aangepast vervoer moet worden verstrekt als de leerling door een structurele handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken. Het college baseerde haar standpunt op het ontbreken van verifieerbare bewijsstukken en het psychologisch onderzoek uit 2023, maar heeft geen onafhankelijk deskundigenadvies ingewonnen, wat volgens de Verordening wel had moeten gebeuren.
De rechtbank stelt vast dat het college een motiverings- en zorgvuldigheidsgebrek heeft en draagt het college op binnen zes weken een onafhankelijk deskundigenadvies in te winnen en het besluit te herzien. Tevens moet het college binnen twee weken melden of het van deze gelegenheid gebruik maakt. De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en zal na herstel van het gebrek uitspraak doen over het beroep. Tegen deze tussenuitspraak is nog geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het college krijgt zes weken om een onafhankelijk deskundigenadvies in te winnen en het besluit te herzien over de vergoeding van taxivervoer.