Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat het UWV niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 15 december 2024 voor herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid op grond van de WIA.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de wettelijke beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op 11 juli 2025 in gebreke heeft gesteld. Omdat het UWV sindsdien niet heeft beslist, verklaart de rechtbank het beroep kennelijk gegrond en bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldige besluitvorming stelt de rechtbank een termijn van vier maanden na verzending van het vonnis vast. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor iedere dag dat het UWV de termijn overschrijdt.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank het UWV tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.