Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het bestuursorgaan niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag tot herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de WIA.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling door eiseres op 7 juli 2025. Het beroep is daarom kennelijk gegrond en de rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen.
Hoewel de standaardtermijn twee weken is, acht de rechtbank in dit geval een termijn van vier maanden redelijk vanwege de noodzaak van zorgvuldige besluitvorming en het ontbreken van zicht op een kortere termijn.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 22 december 2025.