Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag BPM van €4.541 opgelegd door de inspecteur, omdat zij meent dat onvoldoende rekening is gehouden met schade aan een gebruikte Volvo XC60 en dat de historische nieuwprijs te laag is vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De gestelde schade betreft normale gebruiksschade en is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook het betoog over een hogere historische nieuwprijs leidt niet tot vermindering van de naheffingsaanslag. De rechtbank benadrukt dat zij geen expert is in autowaardering en baseert zich op de overgelegde taxatierapporten en fotomateriaal.
Daarnaast heeft belanghebbende recht op een immateriële schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar met drie maanden. Ook wordt een proceskostenvergoeding van €226,75 toegekend. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van de schade- en proceskostenvergoeding.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Breda op 22 december 2025. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch.