In deze uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 22 december 2025, wordt het beroep van belanghebbende B.V. tegen de naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (BPM) beoordeeld. De inspecteur had een naheffingsaanslag van € 7.288 opgelegd, na een bezwaar dat door de inspecteur ongegrond was verklaard. De rechtbank behandelt het beroep en de argumenten van belanghebbende, die stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met schade aan de auto, een Land Rover Range Rover Sport. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar dat belanghebbende recht heeft op een immateriële schadevergoeding van € 1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur en de Staat ieder voor de helft verantwoordelijk zijn voor deze schadevergoeding. De rechtbank kent ook een vergoeding van proceskosten toe aan belanghebbende, maar weigert de vergoeding van het griffierecht. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn op de hoogte gesteld van de beslissing.