Belanghebbende deed aangifte BPM voor een gebruikte Land Rover met een taxatierapport waarop schade aan de auto werd vermeld. De inspecteur verwierp het taxatierapport vanwege de datum van fysieke opname na de RDW-goedkeuringsdatum en berekende de BPM via de forfaitaire koerslijstmethode, leidend tot een naheffingsaanslag.
Na bezwaar werd de naheffingsaanslag verminderd, maar belanghebbende stelde beroep in en voerde aan dat de taxatiemethode van toepassing was vanwege de schade. De rechtbank constateerde dat er twee verschillende taxatierapporten en aangiften waren met verschillende data en schadebedragen, maar met dezelfde foto's, en achtte de taxatierapporten ongeloofwaardig vanwege het ontbreken van een verklaring.
De rechtbank oordeelde dat de naheffingsaanslag na bezwaar terecht was vastgesteld via de koerslijstmethode. Daarnaast werd belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar met twee maanden, en een proceskostenvergoeding van € 226,75. Het beroep werd ongegrond verklaard.