Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op haar bezwaar tegen een wijziging van een WIA-uitkering van een voormalige werkneemster. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat eiseres het UWV op tijd in gebreke heeft gesteld.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen vier maanden na verzending van het vonnis alsnog een besluit moet nemen. Deze termijn is verlengd ten opzichte van de standaard twee weken vanwege capaciteitsproblemen bij het UWV en het belang van een zorgvuldige heroverweging.
Daarnaast wordt het UWV een dwangsom van €100 per dag opgelegd voor elke dag dat het besluit uitblijft, met een maximum van €15.000. Het UWV moet ook het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en het niet tijdig beslissen wordt vernietigd.